Column Sylvia Witteman

Ik zag mijn jongste kat al met zijn strenge Stalinkop boven dat kerstkraagje

x Beeld x

Ik liep bij de slijter naar binnen om een fles port voor mijn oude moeder te kopen. Het was een uur of 10 ’s ochtends, een genant tijdstip om drank te kopen, maar ik kwam er nu eenmaal langs. Voor de zekerheid liet ik mijn ‘goedemorgen’ extra nuchter door de schappen schallen en blies mijn reine tandpasta-adem nadrukkelijk in de richting van de verkoper. Ik kreeg er een chagrijnig kuchje voor terug.

Hij was een vroeg kalende jongen die met duidelijke tegenzin bezig was drankflessen truitjes aan te trekken. Kleine kersttruitjes, met de gebruikelijke motiefjes: een sneeuwpop, een kerstman, en het woord ‘JOY’. De goedkope huismerk-wodka piepte met zijn troosteloos medicinale witte schroefdop onverwacht knus tevoorschijn uit een colletje van rood-groen breiwerk.

‘Oooooh, wat scháttig!’, hoorde ik roepen. Naast me stond een kleine vrouw van een jaar of 70 met van die gezellige rode wangen die evengoed door de kou veroorzaakt konden zijn als door frequent gebruik van zoete damesdrankjes. Ze had een fles koffielikeur op de toonbank gezet, maar daar mocht ik geen conclusies uit trekken; ik stond hier zélf om 10 uur met een fles port.

‘Schattig toch?’, zei ze en keek verwachtingsvol naar me op. Ze had waterige blauwe ogen en rook sterk naar sigarettenrook. Ze pakte zo’n truitje van de toonbank en bekeek het aan alle kanten. ‘Nét wat voor mijn hondje’, zei ze blij. ‘Een mens kan ook wel eens mazzel hebben!’

‘Wat is het voor een hondje?’, vroeg ik. Ik kon me geen ras voorstellen dat in een truitje voor een wodkafles past. ‘Een vlinderhondje’, sprak ze. Het zei me niets. ‘Heel klein’, vervolgde ze. ‘O, wat zal dat ’m schattig staan!’ En tegen de verkoper: ‘Wat kosten ze?’

‘2 euro’, antwoordde de jongen met een grafstem. Geen geld, dat vond de blozende vrouw ook. ‘Ja, een mens kan wel eens mazzel hebben’, herhaalde ze, waarna ze afrekende en vertrok.

Ook van mij begon zich nu hebzucht meester te maken. Als een klein hondje in dat truitje paste, waarom dan geen poes? Ik zag mijn jongste kat al met zijn strenge Stalinkop boven dat kerstkraagje. ‘Geef mij er ook maar een’, zei ik.

Nou ja, het liep niet goed af. Bij thuiskomst bleek mijn kat vier keer zo groot als ik me kon herinneren, en het halsje van dat truitje zes keer zo krap. Nét groot genoeg voor de dop van een wodkafles, eigenlijk. Ik zocht op hoe een vlinderhondje eruit zag: klein, inderdaad, maar met een enorme kop.

Ja, een mens kan wel eens mazzel hebben.

Maar meestal niet. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden