COLUMNSylvia Witteman

Ik zag het bekken waar ik ooit uit tevoorschijn was gekomen en werd bevangen door kitscherige gevoelens

Mijn moeder, 82, had ’s avonds haar heup gebroken en lag in een ziekenhuisbed bleekjes te wachten op de dingen die ongetwijfeld komen gingen. Mijn broer, die er een bedenkelijk gevoel voor humor op na houdt, stichtte de appgroep ‘Heup doet leven’. Al gauw verschenen daar röntgenfoto’s. Ik zag het bekken waar ik 54 jaar geleden uit tevoorschijn was gekomen, en werd bevangen door allerlei kitscherige gevoelens, die ontaardden in ‘geween en knersingen der tanden’.

Daarna kreeg ik een filmpje van mijn moeder, klein en mager in dat levensgrote ziekenhuisbed. ‘Heb je nog een vrolijke boodschap voor de nabestaanden?’, vroeg mijn broer haar monter, op een stoel ernaast. Daar kikkerde ze van op. Op het scherm sommeerde ze mij ‘lekker te gaan slapen’. Ja, makkelijk lullen: zíj kreeg morfine.

De volgende dag ging ik erheen. Liefst had ik al mijn kinderen meegenomen, om haar (en mij) met een gedurige stroom meligheden aan de haren uit een zompig moeras van tobberij te trekken. Maar dat mocht niet. Corona hè? Ik moest alléén, met mijn lullige zakje weespermoppen.

‘U heeft de afgelopen 24 uur geen klachten gehad?’, wilde de poortwachter weten. Hij leek op de Disneyversie van Aladdin. Ik heb al 54 jaar zeer diverse klachten maar die zitten, zoals dat heet, tussen de oren, dus ik schudde mijn hoofd.

Daar lag mijn moeder. Ze werd juist, met bed en al, door twee potige verpleegsters naar een andere kamer gereden. Ik haalde haar spulletjes uit dat enge ziekenhuiskastje en pakte ze in. Een vestje. Een handtas. Een pyjamabroek. Een tandenborstel. Haar bril, met elastiekjes om de poten, omdat hij te wijd was geworden.

In kamer 424 pakte ik alles weer uit en borg het op in een identiek eng kastje. Ik gaf mijn moeder een beker water. En daar volgde de betekenisvolle conversatie die oude moeders over de hele wereld voeren met hun dochters: ‘Waar is mijn vestje?’ ‘Hier, kijk, mama, in deze kast.’ ‘Nee, dat is mijn róze vestje. Ik had ook nog een bruin vestje’. ‘O, misschien nog in de andere kamer. Ik ga zo kijken.’ ‘Het was een heel mooi vestje. Het kostte 110 euro.’ ‘Kijk, hier is het al. Het zat in je tas!’’ ‘Maar ik had ook nog een andere tas. Met mijn telefoon erin.’ ‘Ja, die is hier...kijk...’ ‘Mijn telefoon moet in dat kleine vakje, opzij.’ ‘Ja, doe ik, mama.’

Of het bezoek afscheid wilde nemen. Ja, dat deed het bezoek. Waarna het bezoek, in de ziekenhuishal, opnieuw een traantje liet vallen. De poortwachter keek er niet van op. Dat zien ze hier elke dag.

Heup doet leven. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden