COLUMNSylvia Witteman

Ik zag haar voor me: een frêle, tot in de puntjes verzorgde oude dame, in een bed omringd door duizenden boeken

Beeld .

Het moet ongeveer zeventien jaar geleden zijn geweest dat ik mevrouw H. leerde kennen. Ik kreeg een mail van een mij onbekende bibliothecaresse in ruste; ze vond mijn stukjes ‘alleraardigst’ en was zo ‘vrijpostig’ geweest er ‘in zeer kleine oplage’ een bundeltje van te maken. Of ze me een exemplaar mocht toesturen?

Dat mocht. Het zag er prachtig uit, gebonden en al; helemaal niet als huisvlijt van een oude dame, maar als een heus, duur grotemensenboek. Ik was de koning te rijk. Kort daarop kwam er een échte uitgever in mijn leven (hij heeft zich later doodgedronken) maar mevrouw H. bleef die boekjes maken, allemaal even mooi.

We bleken een grote belangstelling te delen voor curieuze oude lectuur. Vrijwel dagelijks mailde ze me korte, pakkende samenvattingen van de merkwaardigste boeken, bijvoorbeeld over ‘een naar, snobistisch, rijk meisje dat haar minderen bespot; haar jurk van tarlatan vliegt in de fik zodat zij gillend en brandend omkomt, en een druiven snoepend jongetje sterft doordat hij in zijn keel gestoken wordt door een in de druiven verborgen wesp, zodat hij stikt. Die 19de-eeuwers wisten er goed raad mee’.

In de loop der jaren kwam ik er, tussen de regels door, achter dat ze kind noch kraai had, niet lopen kon, en nooit haar huis uitkwam. Ik zag haar voor me: een frêle, tot in de puntjes verzorgde oude dame, in een bed omringd door duizenden boeken.

We correspondeerden inmiddels al jaren en hadden elkaar nog nooit ontmoet. Of ik eens langs zou komen? Ze hield het af en ik drong niet genoeg aan. Of ze niet beter ergens naartoe kon waar ze hulp en verzorging kon krijgen? Nee, een bejaardentehuis, ze moest er niet aan denken. Ik begon haar geregeld lekkere dingen te sturen om te eten, en boeken, en handige voorwerpen die ze niet bleek te bezitten, zoals een ventilator of een magnetron. Ze was blij met mijn ‘roodkapje-mandjes’ zoals ze mijn cadeautjes noemde, maar ik ging me steeds meer zorgen maken. Hoe moest dat nu verder met haar?

Opeens kreeg ik geen mails meer van mevrouw H. Wel van haar eveneens bejaarde vriendin. Mevrouw H. lag, plots doodziek, in een hospice. Ze wilde me, ten langen leste, graag ontmoeten.

Ik schrok even toen ik haar zag. Ze zag er heel anders uit dan ik al die tijd gedacht had (dik en slordig) maar in het gesprek bleek ze net zo geestig en eloquent als in haar brieven. We konden het goed vinden. Ik zocht haar op zo vaak ik kon.

Dat had ik zeventien jaar eerder moeten doen. Drie weken later was ze dood.

Ik heb spijt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden