Column Sander Schimmelpenninck

Ik word door GeenStijl als een verrader gezien, die links is geworden

Een echte reaguurder was ik nooit, maar sinds mijn studententijd beschouw ik mijzelf als overtuigd fan van GeenStijl. Zeker als advocaat aan de Zuidas, waar ik mezelf door momenten van gekmakende verveling moest slepen, klikte ik meerdere keren per dag de website weg als mijn baas langs liep. De roze rebellensite was een bron van newsy afleiding met blogjes vol politieke incorrectheid en anti-burgerlijkheid, en een even geestig als ronkend jargon. Linkse naïviteit en politieke hypocrisie waren de voornaamste onderwerpen en niet zelden had men het bij het rechte eind. Rond gebeurtenissen als de moord op Theo van Gogh was GeenStijl leidend, zowel qua nieuws als duiding.

Toch heeft mijn tabblad tegenwoordig geen roze icoontje meer. Over het moment waarop het is misgegaan met GeenStijl verschillen de meningen. Sommigen noemen het jaar 2015 als breekpunt; het jaar waarin Thierry Baudet als held werd binnengehaald op de redactie en de aanwezigen verleidde om zijn − toen nog − denktank te helpen bij het Oekraïnereferendum. De winst van het referendum smaakte naar meer, en GeenStijl besloot tot politieke deelname met het goeddeels onbegrepen GeenPeil. De mislukking daarvan zorgde helaas niet voor een les in nederigheid en de terugkeer naar de anarchistische onafhankelijkheid van weleer, maar voor verbittering.

En toen waren daar columnistes Loes Reijmer en Rosanne Hertzberger voor het laatste zetje. Hoezeer ik ook hun walging over het beruchte ‘Zou u haar doen?’-blogje begreep, de daaropvolgende oproep aan adverteerders om GeenStijl te verlaten, vond ik niet kies. Ik heb niets met broodroof. De aanklacht had evenwel effect; TMG nam razendsnel afscheid van GeenStijl en door de teruglopende advertentie-inkomsten kreeg de huidige hoofdredactie zelfs geld mee om de boel over te nemen.

Gedurende dit proces heeft GeenStijl alles wat zij terecht haatte aan regressief-links overgenomen. Identiteitspolitiek en kritiekloos slachtofferdenken blijken ook prima toe te passen op boeren, blokkeerfriezen of welke boze blanke burger zichzelf nu weer zielig vindt. Zelfs het broodroofactivisme is overgenomen, blijkt uit het demonstratief opzeggen van niet-bestaande abonnementen op Quote door reaguurders, wanneer GeenStijl boos is op mij. En dat is nogal eens, want ik word als verrader gezien, die links is geworden en deugpunten wil scoren om geld te verdienen bij de linkse NPO en, godbetert, de Azijnbode.

Die gedachtegang zegt echter vooral iets over het nieuwe hokjesdenken en het kleur bekennen van GeenStijl zelf. GeenStijl is opinion on demand geworden, een soort algoritme van de kleinburgerlijkheid van haar reaguurders, in meerderheid Forum voor Democratie-stemmers. Hoofdredacteur Marck Burema (55) en adjunct Bart Nijman (38) vinden dat iedereen die weigert mee te lopen in de populistenpolonaise links, hypocriet of oneerlijk is geworden, al probeert Nijman af en toe nog de schijn van het redelijke midden op te houden.

In werkelijkheid zullen ook zij weten dat juist GeenStijl is opgeschoven. Van anarchistisch-seculier naar nationalistisch-conservatief, om precies te zijn. Mijn geliefde GeenStijl is geïnfecteerd met de Dukterie, een door trollenliefde ingegeven messiascomplex dat ervoor zorgt dat je alle boze blanke burgers als Nobele Wilden gaat zien, en een onbedwingbare behoefte voelt hun steeds krankzinniger wordende oprispingen en complottheorieën als de ondeelbare volkswil te moeten verdedigen. Misschien is het een leeftijdskwestie; hoofdredacteuren blijven wel vaker te lang zitten.

In de reaguurderspanelen, die vroeger qua geestigheid moeiteloos concurreerden met de beste schotschriften uit Propria Cures, voert een kleine minderheid nog strijd tegen de humorloze en onbenullige ‘FvD-cirkeltrek’. Maar het lijkt een achterhoedegevecht. En dat is jammer, want met schrijvers als Zentgraaff, Brusselmans, Hoxha en Van Koetsveld heeft GeenStijl een traditie van gemene, maar fatsoenlijke schrijvers, die bovendien geen behoefte voelden een kant te kiezen en als een pyromaan genoten van een zelfaangestoken fikkie.

GeenStijl was op zijn best toen de reaguurders en redactie nog geen vertegenwoordiging hadden in de politiek, en daar ook helemaal niet op leken te wachten. Ik blijf onverminderd hoop op genezing koesteren, maar de afhankelijkheid van de huidige hoofdredactie, die op haar beurt weer afhankelijk lijkt van een sterk gepolitiseerde achterban, doet het ergste voor GeenStijl vrezen.

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden