ColumnKatinka Polderman

Ik woon in de allersaaiste straat van Nederland, waar mensen ruziën over achteruitrijden

Ik woon in een rijtjeshuis in de allersaaiste straat van Nederland. Wie niet in mijn straat moet zijn, komt er niet. En niemand moet er zijn, dus elke ochtend doen mijn overburen hun zonwering naar beneden en elke avond weer omhoog en dat was het. Laatst was de zonwering kapot, daar hebben we in de buurtpreventie-appgroep nog vijf weken over nagepraat.

Onze auto parkeren we voor de deur, want als er al verkeer door onze straat moet, komt er nooit een tegenligger. Hoewel, het schijnt dat er in 1987 eens van de ene kant een Opel de straat inreed terwijl een Volvo precies op dat moment een parkeervak uit wilde rijden. Toen heeft die Volvo even gewacht zodat de Opel erdoor kon. Dus eigenlijk telt het maar half.

Dinsdag zat ik te ontbijten toen ik een opgewonden stem hoorde en een dichtslaand portier. Twee auto’s stonden tegenover elkaar in de straat, één grote dure auto in een vreemde grijstint (vast heel duur grijs), daar hoorde een kleine vrouw bij die waarschijnlijk een buldog had, want daar leek ze op. Mensen gaan altijd op hun hond lijken. Ik vraag me vaak af of er ook mensen zijn die hun hond speciaal daarop selecteren. Die bijvoorbeeld voordat ze een maagballon laten plaatsen toch nog even een paar maanden een hazewindhond proberen.

De buldog beende naar de andere auto, een rode, waarin ook een vrouw zat, maar die leek nergens op. ‘Rij dan even een stukje achteruit!’, riep de buldog door het opengedraaide raampje van de rode auto. ‘Jij komt net de hoek om, ik moet erdoor, rij even achteruit!’

Ze keerde terug naar haar dure auto om daarin te wachten tot de andere auto achteruit zou rijden, maar dat deed die andere auto niet. De buldog stapte weer uit en liep naar het raampje, dat opnieuw keurig werd neergelaten. ‘Rij dan even achteruit!’, riep ze nogmaals. ‘Dan kan ik erdoor!’ Ze liep weer naar haar eigen auto. ‘Of dacht je soms dat ik hier in pas?’, riep ze, en gebaarde woest naar een parkeervak waar haar auto zeker anderhalf keer in kon.

Ik zat inmiddels voor mijn raam. ‘Die is niet goed wijs hoor!’, blafte de buldog toen ze me opmerkte, terwijl ze eerst naar de rode auto wees en daarna naar haar voorhoofd. Nee, dacht ik, jullie zijn allebei hartstikke goed wijs, alleen durven jullie allebei niet achteruit te rijden omdat iemand van het patriarchaat jullie heeft wijsgemaakt dat vrouwen dat niet kunnen.

Na twintig minuten heen en weer lopen en ‘rij nou even achteruit’ vragen reed de buldog toch maar zelf achteruit. Zonder iets te raken. De andere auto passeerde mijn raam, een schijnbaar oneindige slinger auto’s – wat moesten die allemaal in mijn straat?! – achter zich aan. Daarna reed de buldog voorbij. Ze zwaaide naar me, terneergeslagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden