COLUMNSylvia Witteman

Ik wist dat ik geen rust zou vinden tot ik bij het grauwe babyolifantje kon zijn

Die restaurants, sportscholen en nagelsalons kunnen me gestolen worden, maar het mailtje van Artis deed mijn hart sneller kloppen. Ze gingen weer open! Ja, met slagen om de arm, ‘gefaseerd en uitsluitend voor leden’, ‘in lijn met de maatregelen’, ‘aanbevolen looproutes’, ‘afstand houden’, kortom, de hele rozenkrans, maar dat las ik al niet meer. Eindelijk kon ik naar de kleine olifant!

Echt klein is hij natuurlijk niet, want daar doen olifanten niet aan, maar zijn geboorte, een paar weken geleden, was een lichtpuntje in barre tijden. De bevalling verliep vlot, ondanks de beruchte S-bocht in zijn moeders geboortekanaal. Ik zag beelden van de grauwe baby, vochtig nog, met zijn knikkende knietjes en felle ogen, en wist dat ik geen rust zou vinden tot ik bij hem kon zijn.

Hij heet Oscar. Dat weten ze bij Artis nog niet, want ze geven de dieren daar geen namen meer ‘omdat de bezoekers anders menselijke eigenschappen aan de dieren gaan toekennen’ of iets dergelijks. Een schandelijke gang van zaken; ze heten tenslotte zelf ook ‘Natura Artis Magistra’ en niet ‘Dierentuin nummer 3’. Daarom heb ík maar een naam voor de kleine bedacht. Oscar dus. Goed onthouden, en spreek hem er vooral mee aan als u in Artis bent. Maar niet zeggen dat u het van mij hebt, want ik krijg er last mee.

‘Ik kom er aan, Oscar!’, riep ik, maar dat had nog wat voeten in aarde. Voorheen mocht ik met mijn jaarkaart binnen komen stampen wanneer ik maar wilde, en dat was vaak. Maar nu moest ik, via de site, een dag en een tijdstip boeken. En afstand houden. En mijn handen wassen met zeep, en – jahaaaa, we weten het nu wel.

Ik boekte een dag. Ik boekte een tijdstip. Ik waste mijn handen met zeep. Ik nam géén appel mee om stiekem aan Oscars moeder te geven, horen jullie dat, Artis? Zo braaf was ik. Met zingend hart fietste ik naar de Plantage Kerklaan. Ik toonde mijn papieren. In trance liep ik naar binnen. Ik liet de leeuwen, apen en giraffen links liggen. Ik zweefde naar de olifantenweide. Leeg.

‘Ze zijn nét naar het nachthok voor een middagdutje’, zei de oppasser, met een geamuseerde blik op mijn geschokte gezicht. Ik overwoog te gaan huilen, maar dan zetten ze je er vast uit. Ik wachtte tot hij was opgekrast en sloop naar het nachthok. Ik loerde over mijn schouder en schoof een hekje opzij. Daar, in het donker, tussen glas en tralies door, zag ik een glimp van dat onzeker tastende slurfje.

‘Dag lieve Oscar’, fluisterde ik.

Het was niet veel. Maar het was genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden