ColumnBert Wagendorp

Ik wilde een column zonder het woord ‘corona’, maar daar stond het alweer

Gelukkig, de eikenprocessierups komt er weer aan. Tussen nu en half april komen de larven uit hun eitje, de eerste brandharen mogen we verwachten rond begin mei. Met jeuk terugkomen van een wandeling in het bos, dan is de zomer pas echt begonnen. Op de site van de Heerenveense Courant trof me de volgende kop: ‘Bontebok is klaar voor de strijd tegen de processierups’ – woorden die me een zuiver geluksgevoel bezorgden. De eikenprocessierups heeft zich verpopt tot een zomerkoninkje, een boodschapper van onbezorgdheid en lange roségekleurde avonden. Bontebok is geen bokkensoort, maar een dorp ten oosten van Heerenveen.

Ongeveer vijftienduizend Nederlanders moesten vorig jaar naar de dokter vanwege jeuk, misselijkheid, geïrriteerde ogen en huiduitslag. Dat was destijds reden voor ophef, maar nu niet meer, nu veroorzaakt het weemoed en verlangen naar die gelukkige tijden.

De eikenprocessierups groeide gedurende de zorgeloze zomer van 2019 uit tot wat toen nog een plaag heette te zijn. Alles is anders: dit jaar zal zijn aanwezigheid helaas zo goed als ongemerkt voorbijgaan; terwijl het diertje zoveel troostrijks in zich draagt. Konden we ons maar weer boos maken op de eikenprocessierups, mijn koninkrijk voor een veelbesproken eikenprocessierups-crisis!

Anders dan de zijderups kwam de eikenprocessierups niet uit China, zodat we de Chinezen niet de schuld hoefden geven. Ook bereikten ons uit dat land geen bestrijdingsadviezen. Dat mochten we lekker zelf uitzoeken. We dachten amper na over de tijd na de eikenprocessierups: die zou vanzelf aanbreken en dan zouden we wel weer verder zien. Er was geen exitstrategie.

Het goede nieuws was dat het harige onderkruipsel zonder aanzien des persoons iedereen trof die op het verkeerde moment onder zijn nest doorwandelde: dun en dik, jong en oud, rijk en arm, man en vrouw. Dat scheelde een hoop discussie en gekwetst getwitter.

Dat Nederland dankzij de eikenprocessierups toch een beetje gelijker was geworden, werd door niemand opgemerkt. De eikenprocessierups was de eikenprocessierups – dood aan de eikenprocessierups – en je zag op tv geen wetenschappers, schrijvers en BN’ers oreren over de diepere achtergronden van de gebeurtenissen. Niemand schreef kutliedjes over de rupsencrisis. Hoewel de rups ook in Frankrijk toesloeg, was het doorgaan van de Tour geen item. Ik realiseer me nu pas hoe heerlijk dit allemaal was.

In het hele land waren duizenden rupsenbestrijders actief. Met gevaar voor eigen nachtrust zogen zij nesten met duizenden rupsen uit de bomen, of zetten zij de vlammenwerper erop. Niemand applaudisseerde.

De eikenprocessierups was veelvuldig in het nieuws, al werden er niet wekenlang talkshows mee gevuld. Ook Ab Osterhaus hield zich gedeisd. Op Terschelling werd de eikenprocessierups niet gesignaleerd, dus Jort Kelder twitterde gewoon over zijn Maserati.

Ik wilde eindelijk weer eens een column schrijven zonder het woord ‘corona’ erin, want ik ben helemaal klaar met dat woord, maar kijk: daar staat het weer. Donderdag meldde NRC dat er te weinig beschermende pakken waren voor de rupsbestrijders, vanwege de sterke vraag daarnaar vanuit de ziekenhuizen. Ging het toch weer over het virus, dat nieuwsgeile wezen.

Maar het valt mee, meldt het Kenniscentrum Eikenprocessierups. Het gezellige gevecht met de eikenprocessierups kan beginnen, en ook hier zullen we zegevieren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden