InterviewSocioloog Nathalie Heinich

‘Ik wil niet dat de progressieve zaak ontspoort door activisten die proberen hun ideeën op te leggen’

Frans socioloog Nathalie Heinich.Beeld Eva Roefs

Belangrijk in een samenleving is een gemeenschappelijk kader, vindt socioloog Nathalie Heinich. Want verschillen zijn leuk, maar niet in de publieke ruimte.

‘Tussen de orthodoxe Joden voel ik me niet-Joods, maar als ik met antisemieten te maken krijg, voel ik me weer heel Joods. Identiteit is afhankelijk van de context’, zegt Nathalie Heinich (64). Gezien haar familiegeschiedenis is het niet verwonderlijk dat de Franse socioloog een boek over identiteit schreef. Haar vader komt uit een Joodse familie, haar moeder uit de protestantse minderheid in Frankrijk. Door Joden wordt Heinich als niet-Joods beschouwd, omdat ze geen Joodse moeder heeft. Maar door niet-Joden wordt ze als Joods gezien vanwege de achternaam van haar vader. ‘Ach’, zegt Heinich in een Amsterdamse hotellobby, ‘ik heb er niet onder geleden, maar het heeft me wel erg bewust gemaakt van de kwestie van identiteit.’

Heinich is in Nederland om te praten over haar boek Wat identiteit niet is, een beknopte, maar rijke reflectie op het glibberige begrip identiteit, een van de meest besproken kwesties van onze tijd. Van Zwarte Piet tot toiletten voor transgenders: identiteit is overal. Een pleidooi om minder vlees te eten, vanwege klimaat en milieu, wordt in sommige kringen al snel gedefinieerd als een aanval op ‘onze’ gehaktbal.

Identiteit is nooit eenduidig, zegt Heinich. Iedereen heeft meerdere identiteiten, ontleend aan nationaliteit, geslacht, seksuele voorkeur, religie, leeftijd, hobby’s, beroep en andere kenmerken. Bovendien is onze identiteit sterk afhankelijk van de context. ‘Ik ben een vrouw en zou mezelf eerder feministisch willen noemen. Maar in een professionele context wil ik absoluut niet als vrouw worden beschouwd. Ik ben socioloog, geen vrouwelijke socioloog.’

Daarom noemt u zichzelf onderzoeksdirecteur en geen directrice.

‘Precies. In een amoureuze of familiale context is geslacht belangrijk, maar in de context van mijn beroep vind ik het niet relevant.’

In Nederland worden beursgenoteerde grote bedrijven verplicht om 30 procent vrouwen in hun raad voor commissarissen bestuur te benoemen. Hoe denkt u daarover?

‘Ik ben tegen elke politiek van quota. Zij creëert onrechtvaardigheden in haar pogingen een onrechtvaardigheid te herstellen, omdat ze mensen bevoordeelt om redenen die niet met hun verdiensten te maken hebben. Zij keert zich ook tegen de begunstigden, omdat zij ervan worden verdacht hun positie niet door hun kwaliteiten te hebben bereikt. Persoonlijk ben ik beledigd als ik word gevraagd voor een promotiecommissie omdat men evenveel vrouwen als mannen nodig heeft.’

Vrouwen kunnen toch wel een zetje gebruiken?

‘Daar zijn betere middelen voor. De voorkeur aan een vrouw geven bij gelijke geschiktheid. Of het namen en shamen van bedrijven die overduidelijk mannen bevoordelen.’

Enkele jaren geleden maakte koningin Máxima veel Nederlanders kwaad door te zeggen dat ‘dé’ Nederlandse identiteit niet bestaat.

‘Zij heeft gelijk en ongelijk. Haar discours wordt ook gebruikt door hedendaagse sociologen, die zeggen dat identiteit een sociale constructie is, dat identiteit geen substantiële, onveranderlijke kern heeft. Daar hebben ze gelijk in. Identiteit verandert door de tijd heen.

‘Tegelijkertijd kun je identiteit niet zien als een pure illusie. Identiteit is een mentale voorstelling die breed wordt gedeeld. De manier waarop mensen de wereld zien, de waarden die ze eraan toekennen, hun emoties, dat maakt ook deel uit van hun sociaal leven. Als socioloog neem ik zulke voorstellingen serieus. Dat wil niet zeggen dat ze per se waar zijn, maar ze bestaan, hebben kracht en invloed.’

In haar boek presenteert Heinich een drieledig model van identiteit, als een wisselwerking tussen zelfbeeld (wie ben ik?), presentatie (wat laat ik aan de wereld zien?) en toeschrijving (hoe ziet de wereld mij?). Voor een ‘soepel’ en gelukkig leven moeten deze drie aspecten min of meer met elkaar in overeenstemming zijn. Alleen al het feit dat er tegenwoordig zoveel over identiteit wordt gepraat, laat zien dat de samenhang tussen zelfbeeld, presentatie en toeschrijving verstoord is.

U schrijft: ‘Identiteit manifesteert zich pas als zij problematisch is.’

‘Het probleem begint vaak met stigmatisering, bijvoorbeeld omdat mensen horen bij een collectief dat door anderen als inferieur wordt beschouwd – vanwege ras, sekse, seksuele voorkeur of religie. In dat geval kan de toeschrijving kwetsend zijn, omdat zij niet strookt met het zelfbeeld en de manier waarop mensen zich willen presenteren.’

Niet alleen minderheden worden gestigmatiseerd. Als gevolg van immigratie en globalisering voelen ook leden van dominante groepen, zoals witte Europeanen, zich bedreigd, omdat hun vertrouwde manier van leven, hun ideeën en waarden worden bekritiseerd. Zwarte Piet is er een goed voorbeeld van: een traditionele praktijk wordt opeens als racistisch bestempeld.

Mensen kunnen op verschillende manieren reageren op de verstoorde samenhang tussen de verschillende aspecten van hun identiteit, stelt Heinich. Ze kunnen zich gedeisd houden om de confrontatie met het stigma te vermijden: de homo die in de kast blijft, de moslim die zijn geloof in stilte belijdt, de witte man die voorzichtig is ‘omdat je niks mag zeggen’. Of ze kunnen hun identiteit juist benadrukken, in zelfbeeld en presentatie, om het negatieve oordeel van de wereld te overwinnen en erkenning te eisen. De flamboyante homo, de fundamentalistische moslim, de witte man die voor de ‘eigen’ cultuur strijdt.

Ten onrechte wordt het hameren op identiteit vaak als rechts gezien, schrijft u. Links doet het net zo goed.

‘Wat me stoort aan het gebruik van de term identiteit door sommige sociologen en linkse activisten is dat ze ‘identiteit’ zien als het geloof in een eenheid die ons zou verhinderen andere bevolkingsgroepen te accepteren. Het woord identiteit wordt gebruikt als we over groepen praten die dominant zijn, die kolonisator zijn of zijn geweest.

‘Maar als diezelfde sociologen praten over groepen die altijd werden gedomineerd, vervangen ze het woord ‘identiteit’ door het woord ‘cultuur’, een woord dat al generaties lang door antropologen wordt gebruikt om breed gedeelde praktijken te beschrijven. Dan is er opeens geen probleem meer. Dan is de cultuur van minderheden, bijvoorbeeld van de indianen in het Amazonegebied, plotseling iets heel waardevols dat moet worden beschermd.’

Terwijl rechts de nationale identiteit zegt te verdedigen, voert links steeds vaker identiteitspolitiek naar Amerikaans model, zegt Heinich, waarbij wordt gepleit voor het beschermen of ontzien van minderheden. Dat leidt tot een gevaarlijke sociale en culturele fragmentatie, waarbij groepen zich in eigen kring dreigen terug te trekken.

Het beste antwoord daarop is volgens Heinich nog altijd het Franse republikeinse model. De Republiek is kleurenblind: iedereen kan Fransman worden, ongeacht zijn huidskleur, religie of afkomst, mits hij de fundamentele waarden van de Republiek onderschrijft, de waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Haar eigen familie kan daarbij als voorbeeld dienen. Haar voorouders van vaderskant waren Oekraïense Joden die naar Frankrijk kwamen om pogroms te ontvluchten. Haar voorouders van moederskant waren protestanten uit de Elzas, die na de Duitse annexatie in 1870 naar Frankrijk gingen omdat ze Frans wilden blijven. Twee heel verschillende families, twee verschillende verhalen van ballingschap met één gemeenschappelijk kenmerk: beide families kozen voor een Franse identiteit.

Volgens critici valt er veel aan te merken op de kleurenblindheid van Frankrijk, getuige bijvoorbeeld de sociale achterstanden in de banlieues, maar voor Heinich is de Republiek nog altijd het beste model voor een diverse samenleving. ‘Er moet een gemeenschappelijk kader zijn. Binnen dat kader zijn burgers vrij om zich te positioneren. Voelen zij zich meer verbonden met hun dorp, hun geloof of de natie? Dat mogen ze zelf weten, niemand is verplicht om ergens voor te kiezen. Maar ze kunnen geen rechten doen gelden die buiten dat kader vallen.’

Waar moet je de grens trekken? In 2016 was u medeondertekenaar van een opiniestuk in Le Monde tegen de boerkini, het islamitische zwempak. Maar volgens critici, vooral uit de Angelsaksische wereld, was het verbod op de boerkini een inbreuk op de persoonlijke vrijheid van moslima’s.

‘Op individueel niveau zijn verschillen een rijkdom. Ik ben er helemaal niet voor om al die verschillen uit te gummen. Maar bij het uitoefenen van burgerschap, en vooral in het gebruik van de publieke ruimte, is het belangrijk om voorop te stellen wat ons verenigt en niet wat ons scheidt. Dat is de enige manier om conflicten te vermijden.

‘De boerkini beschouw ik als een publieke demonstratie van adhesie aan een fundamentalistische opvatting van de islam. Die maakt het dragen van hoofddoeken normaal, de ongelijkheid tussen man en vrouw, het weigeren van gewetensvrijheid, allemaal posities die totaal in strijd zijn met de wetten en waarden van de Franse Republiek. ’

Maar versterk je de islamitische identiteit niet door verboden die door moslims als discriminerend of zelfs racistisch worden ervaren?

‘Het gaat hier niet om een strijd tussen moslims en islamofoben, maar om een conflict binnen de islamitische godsdienst, tussen harde, fundamentalistische moslims en moslims die respect hebben voor het land waarin zij leven, voor de wetten en leefregels van zo’n land, vooral de regels die ervoor zorgen dat religie in de privésfeer blijft.

‘Historisch gezien zijn de gelijkheid tussen man en vrouw, en de laïcité, het seculiere karakter van de Franse staat, grote zaken voor links. Daardoor zie je ook op links dat mensen zich bedreigd voelen door het islamisme. Maar aan de andere kant zie je bij Frans links identiteitspolitiek, vooral aan de universiteiten. Er zijn activisten die denkwijzen direct uit de Verenigde Staten importeren en die eisen dat minderheden worden erkend, op basis van hun ras of religie, bijvoorbeeld door ze te ontzien bij satire. Daarbij beslissen de minderheden zelf wat zij kwetsend vinden, zonder rekening te houden met de context, de traditie of het ludieke karakter van satire. Voor Fransen is dat heel schokkend.’

Vindt u de identiteitspolitiek van links een groter probleem dan het nationalisme van rechts?

‘Op politiek niveau ben ik republikeins, seculier en feministisch links, anti-racistisch en anti-homofoob. Mijn posities hebben dus niets te maken met die van nationalistisch rechts. Maar ik wil niet dat de progressieve zaak ontspoort door activisten die, in naam van de strijd tegen de ‘dominantie’, proberen hun ideeën op te leggen door dwang of censuur, terwijl ze elke kritiek afwijzen op een politieke islam die probeert iedereen religieuze regels op te leggen, zoals de inferioriteit van vrouwen, homofobie en een verbod op godslastering.’

Nederlanders vertellen openhartig over de rol die afkomst speelt in hun leven. ‘Opeens werd er op mij en mijn broertje het labeltje ‘zwart’ geplakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden