COLUMNIbtihal Jadib

Ik wil mijn kinderen verwondering meegeven in plaats van goed-of-fout-lijstjes

Beeld Aisha Zeijpveld

Nee, Ibtihal Jadib doet haar kinderen niet naar een koranschool, liever richt ze zelf een weekendschool op. Maar dan komen de bedenkingen: voor wie doe je dat eigenlijk? 

Ik ben als kind nooit naar een koranschool geweest. Dat vond ik een gemiste kans, niet alleen omdat ik daardoor als moslim analfabeet bleef, maar ook omdat ik de verhalen van leeftijdsgenoten over hun kattekwaad in de moskee wel mooi vond. Mijn moeder bleef echter categorisch weg van de moskee omdat zij afstand wilde houden van een gemeenschap waarin mensen in haar optiek vooral bezig waren elkaar de maat te nemen. Een enkele keer ging ik met mijn vader mee, voor de gebedsdienst van het Suikerfeest bijvoorbeeld. Hij liep dan in een rechte lijn naar het mannengedeelte waardoor ik mezelf moest redden bij de vrouwen. Die verstond ik nauwelijks: zij spraken Berbers, ik Marokkaans-Arabisch. De imam verstond ik evenmin want zijn preek schalde door een krakende speaker in het klassiek Arabisch, nog een taal die ik niet kende, terwijl het geroezemoes van de vrouwen sowieso alles overstemde. Het was een zinloze exercitie. Ik legde me neer bij het feit dat ik een onwetend schaap zou blijven en nam me voor om later, als ik groot was, mijn eigen kinderen wél het onderwijs te gunnen van de koranschool.

Er is veel veranderd. De term koranschool wordt tegenwoordig in een adem genoemd met woorden als salafisme, radicalisme, extremisme; hoe meer -ismen hoe beter. Soms wordt zelfs het Arabische woord voor school gebruikt: madrassa, misschien om het nog vreemder te laten klinken. Ikzelf moet bij madrassa denken aan mijn moeder als zij me vroeg hoe laat ik uit school zou zijn, en of ik dan even langs de bakker wilde fietsen omdat het brood bijna op was.

Het is interessant, om niet te zeggen verdrietig, hoe alledaagse woorden van kleur kunnen veranderen. School, godsdienst, islam; het zijn verdachtmakingen geworden. Ook ik ben sceptisch tegenwoordig. Nadat ik een paar moskeeën was binnengelopen en op internet informatie had verzameld, besloot ik mijn kinderen niet in te schrijven bij een koranschool. Het was me te veel haram/halal wat daar de klok sloeg. Ik wil mijn kinderen verwondering bijbrengen, niet een goed-of-fout-lijstje in hun hoofd prenten. Bij gebrek aan alternatieven besloot ik zelf een weekendschool op te richten. Dat zou een plek moeten worden waar kinderen taalles konden krijgen, filosofie, geschiedenis, kunst- en muziekles. Een plek waar tegenwicht wordt geboden aan het verpletterende gebrek aan kennis over de Arabisch-islamitische cultuur. Helaas bracht de coronapandemie het project met een doffe klap tot stilstand.

Inmiddels zijn discussies over de dreiging van een parallelle samenleving al weer een tijdje bezig. De bekende argumenten zijn van zolder gehaald en afgestoft, de verontwaardiging klinkt sleets. Ik vraag me af waar islamitische kinderen houvast vinden terwijl het tumult over hun hoofden dendert.

Toen ik bezig was met het curriculum van ‘mijn’ weekendschool, voelde ik onbehagen. Op mijn weekendschool zouden kinderen bij het woord islam ook kunnen denken aan het Huis der Wijsheid in Bagdad. En bij het woord madrassa aan de oudste universiteit ter wereld, opgericht door een vrouw. Het zouden kinderen worden die zelf kleur kunnen geven aan de woorden die hun identiteit omringen. Maar voor wie was mijn weekendschool eigenlijk? Voor een kleine groep kinderen van wie de ouders al ruimdenkend genoeg zijn om überhaupt voor zo’n school te kiezen en die zich de contributie kunnen veroorloven. Voor de zoveelste bevoorrechte bubbel dus. De rest van de kinderen moet het doen met burgerschapsonderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden