Column Max Pam

Ik wil het begrip ‘gevoelsdiscriminatie’ introduceren

Een pamflet noemt de socioloog en journalist Herman Vuijsje zijn 184 pagina’s tellende betoog Zwartkijkers, maar het is toch wel meer dan dat. Alles wat hij schrijft over de scheiding tussen wit en zwart Nederland, straalt redelijkheid uit. Een wetenschappelijk boek is het niet geworden, maar aan de hand van onderzoeken, rapporten en andere voorhanden zijnde gegevens probeert hij uit te zoeken wat er klopt van de bewering dat Nederlanders ‘zijn aangetast door een taai racisme’.

Moeten witte Nederlanders – het woord blank mag niet meer – schuldbewust het hoofd buigen? Hoewel Vuijsje zijn ogen niet sluit voor discriminatie en racisme, komt hij tot de conclusie dat het allemaal reuze meevalt en dat veel wordt overdreven. De wit-zwart-tegenstelling is grotendeels geconstrueerd. In werkelijkheid behoort Nederland tot de landen die het minst te lijden hebben van discriminatie en racisme. Veel moet nog worden verbeterd, maar wij moeten niet meegaan in het zwartkijken van de zwart-witpredikers.

Afgelopen zondag zat Vuijsje bij Buitenhof en kreeg hij meteen lik op stuk. De opponent tegenover hem was Dalilla Hermans, een Vlaamse columniste, die à la Sylvana Simons in vol ornaat was gekomen. Een genoegen om naar te kijken, maar tot een echt gesprek kwam het niet. Als ervaringsdeskundige op het gebied kon Hermans mededelen dat allemaal anders lag. Het gesprek eindigde met de conclusie van haar kant dat Vuijsje eigenlijk gewone een boze witte man was, die er niks van begreep. En toen was het, na een minuutje of tien, afgelopen. Vuijsje zat er verbluft – of beter afgebluft – bij en ik kon mij wel ongeveer voorstellen hoe hij naar huis is gegaan. Wat is televisie toch een flut, ik bedoel een vluchtig medium.

Daarna keek ik op Twitter om te zien wat de goegemeente ervan had gevonden. Uiteraard kreeg Vuijsje het verwijt van gebrek aan empathie. Hij was in koloniaal en patriarchaal denken blijven steken. Zijn oordeel was choquerend arrogant, hij was bang voor zwarte vrouwen. Hij had een nieuw deuntje bedacht voor zijn paternalisme. De salon-fascist had weer een boekje uitgebracht. Redeneerde vanuit zijn witte bubbel. Enzovoort. Omdat Zwartkijkers net een dag in de winkel lag, denk ik dat niet veel van deze twitteraars, ondanks hun pertinente oordeel, het boekje van Vuijsje hadden gelezen.

Ik kwam in dit verband ook de opmerking tegen dat ‘apartheid’ een Nederlands woord is, waarvoor wij ons tot vandaag moeten schamen. Oké, maar racisme komt uit het Engels, foei! Het Nederlands kent niet het woord ‘race’ in deze betekenis, maar wel het woord ‘ras’, dus eigenlijk zou het ‘rassisme’ moeten zijn. Zuiver taalkundig beschouwd verwijst racisme naar de aberratie van mensen die lijden aan te hard racen. Naar Max Verstappen bijvoorbeeld.

Na de uitzending vroeg ik mij af waarom Herman Vuijsje en Dalilla Hermans zo langs elkaar hadden gepraat. Om dit te begrijpen zou ik, naar analogie van gevoelstemperatuur, het begrip ‘gevoelsdiscriminatie’ willen introduceren.

Temperatuur meten wij aan de hand van thermometers. Er zijn allerlei instituten, zoals het KNMI in De Bilt, die over langere tijd en op verschillende plaatsen de temperatuur tot op een honderdste van een graad kunnen vaststellen. Maar daarnaast wordt sinds enige tijd gesproken van de gevoelstemperatuur. Dat is niet de temperatuur zoals die objectief wordt gemeten, maar zoals die door mensen wordt ervaren.

Op Wikipedia zie ik dat er intussen allerlei pogingen zijn gedaan om ook de lichaamstemperatuur te objectiveren: ‘Zij geeft een maat aan voor het gevoel van kou of warmte dat de mens ondervindt in koude lucht met veel wind of in warme lucht met zon, windstil weer en hoge luchtvochtigheid.’ Er bestaat zelfs een formule waarmee de gevoelstemperatuur kan worden uitgerekend. Op een soortgelijke wijze valt misschien het begrip gevoelsdiscriminatie te definiëren.

De mate van discriminatie in een samenleving kunnen wij meten en begrijpen aan de hand van de klassieke sociologische methoden, zoals die door Herman Vuijsje worden gebruikt. Daarmee kun je min of meer objectief vaststellen tot hoe ver discriminatie en racisme in een gemeenschap zijn doorgedrongen.

Maar daarnaast is er de ‘gevoelsdiscriminatie’ die aangeeft in welke mate individuen en groepen zich achtergesteld voelen. Ook hier zou je een poging tot objectivering kunnen doen. Hoe hoog is de gekwetstheidsgraad? Hoe groot de bereidheid om actie te voeren? Valt hier nog te lachen? Wat is de invloed van religie op fanatiek gedrag? Bestaat de neiging om alles wat je niet bevalt in termen van racisme uit te leggen? Waardoor wordt een unheimisch gevoel getriggerd bij degenen die zich gediscrimineerd voelen? Enzovoort.

Het moet niet zo ingewikkeld zijn om ook gevoelsdiscriminatie in een formule te vangen. Die is er nog niet. Laten wij ons daar eens flink boos over maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.