ColumnPeter Buwalda

Ik wil de sfeer niet bederven, maar het is ook wel een vriendelijk virus, ergens

Ik wil de sfeer niet bederven, maar het is ook wel een vriendelijk virus, ergens. Twee minuten klappen omdat het geen ebola is, voert wat ver, mee eens, maar een death rate van één procent is aan de kalme kant. Voor een virus, hè. Ik heb het niet over waterkokers. (We hadden een nieuwe, Blokker-huismerk, ik wilde per se de allergoedkoopste, maar na een incubatieweek smaakte de thee naar smeltend plastic. ‘Natuurlijk kunt u hem ruilen’, zei de mevrouw van de Blokker en ze legde, flats, een hand in Jets nek. Het leek wel een poging tot moord. Ik zag Jet bleek wegtrekken.)

‘Wacht maar tot jij op de ic ligt’, zegt ze.

‘Jawel’, zeg ik afkloppend op ontsmet hout, ‘tuurlijk, maar ik zoek lichtpuntjes.’

We ontbijten met de coronabode. ‘Deze kop stemt mij bijvoorbeeld bijzonder hoopvol’, zeg ik. ‘Aap met corona: geen klachten. Rotterdamse test. Over apen met aids zonder klachten lees je nooit iets.’

‘Lullig om die apen expres te besmetten’, zegt Jet. ‘Krijgen normaal nooit een hand, natuurlijk, en ineens krijgen ze een hand.’

‘Een kreeg een loopneus. Staat er. Toch jammer.’ Dat blijft corona aankleven: verwarring. Er vallen doden, in Italië bij bosjes, vooral bejaarden, maar Berlusconi dan weer niet, maar je kunt het ook ongemerkt krijgen en weer kwijtraken. Anders dan met de builenpest, lijkt me. (Camus die naar z’n werk mailt: ‘Ik heb de builenpest. Ik werk vandaag thuis.’ Nee hè?)

‘Als Ruttes koers de goede is’, zeg ik tegen Jet, ‘de muur van immuniteit die we met z’n allen gaan metselen, dan moeten we het wel een keertje proberen te krijgen, eigenlijk. Voorzichtigjes, bedoel ik.’

Haar ogen vergroten zich, waarna ze knikt.

‘De jongeren helpen de ouderen’, ga ik verder. ‘Maar ja, ik ben bijna 49, wat best op het randje is, als je er serieus over nadenkt.’

Meteen knikken, natuurlijk. Boomer removal virus stond er gisteren op Twitter, en toen wees ze lachend naar mij. Ach ja. De jeugd.

‘Misschien’, vervolg ik, ‘moet jij het eerst eens proberen, als test. Kijken wat het doet.’

Zoals waterdamp in één keer vaste vorm kan aannemen – rijpen heet dat – zo gaat Jets knikken zonder tussenfase over in nee schudden.

‘Anderhalve meter kan makkelijk hier. Daarom wonen we in dit kasteel, snap je? Je moet alleen een weekje op zolder slapen, even rustig uit-immunen. Daarna staat er wel een knappe muur om Peter heen.’

’s Avonds zitten we naar Rob Trip te kijken. Aan de pluizenbollen op zijn screensaver zijn we zoetjes aan gewend, ze horen erbij. In het begin waren het virale griezels, mijn God, met die rare boompje erop, bah, en brulden we nog weleens: ‘Rob!! Pas op! Er zit er een in je haar!’, maar inmiddels zijn het Robs wuppies. Het wachten is op merchandising, een slimme ondernemer, misschien Rob zelf, die ze als knuffel op de markt brengt, met een beat eronder, Rob en de Corona’s, een kinderhit.

Nee, we moeten relativeren. ‘We kunnen WO II erbij halen’, opper ik. Staat Jet voor open. ‘Oké’, zeg ik, ‘de builenpest, als dat nou eens Hitler was… dan zijn deze pluizenbollen… het Belgisch Koningshuis? Die Philip en z’n tut, die zwaaiend Polen binnenvallen?’

 Mja, tja, kan ze inkomen. Jawel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden