Column

Ik wenste het kereltje een winkelstraat toe, hand in hand met z'n papa

.

Een kind speelt met een ballon aan boord van de Topaz Responder, een schip dat door NGO Moas en het Italiaanse Rode Kruis gebruikt wordt om vluchtelingen uit de Middellandse Zee te redden. Het kind en de foto zijn niet gerelateerd aan de column.Beeld afp

Vanwege mijn werk als Italië-correspondent schrijf ik dit stukje vlak bij de Libische kust op een reddingsboot van Save the Children. Gisternacht haalden we een groep vluchtelingen aan boord, onder wie een klein kereltje.

Het was een lief ventje, dat zag je meteen. Ik wilde hem eigenlijk knuffelen toen hij naar mij lachte, maar uit angst iets ongepasts te doen, stak ik formeel mijn hand naar voren, alsof hij geen peuter was maar een kantoormanager. Toen zijn hand de mijne raakte, voelde ik dat hij zweethandjes had.

Ik dacht terug aan groep 6 van de Montessorischool in Wageningen. Ik was op Veronique, maar zij was niet op mij. Dat lag, aldus mijn toenmalige analyse, vrijwel zeker aan mijn zweethanden. Elkaars hand vasthouden was als 9-jarige immers het enige wat je elkaar te bieden had, dus wat moest zij, het mooiste meisje van de klas, nou met zo iemand als ik?

Tot overmaat van ramp was onze juf Karin liefhebber van volksdansen. Dat betekent dat er in 1996 een groep kinderen was die de maandagochtenden standaard begon met een half uur Drentse tjiftjoffel. Dat is al een gruwel voor ieder kind, maar voor mij betekende het ook dat ik elke maandag naast een klasgenootje stond dat haar mouwen met een vies gezicht over haar handpalmen trok zodra ze mijn natte vingers voelde.

Hoewel ik van de zomer houd, kon ik onder het bewind van juf Karin nooit wachten tot het vroor. Dan kon ik, bibberkou veinzend, mijn handschoenen tenminste aanhouden tijdens de horlepiep. Niet voor niets speelt mijn enige zoete dansherinnering zich af tijdens die winterse maandagochtend dat ik naast Veronique kwam te staan en ik haar eindelijk kon vasthouden zonder schaamte.

Alles veranderde toen ik in de zomervakantie met mijn vader door de winkelstraat liep. Hij zal het vast altijd zo hebben gedaan, maar opeens merkte ik dat hij mijn hand vasthield. 'Vind je dat niet vies?', vroeg ik. 'Vies?', antwoordde hij verbaasd. 'Natuurlijk niet. Wist je dat ik vroeger ook natte handen had? Bij mij is het vanzelf overgegaan.'

Ik hoopte nog diezelfde wandeling Veronique tegen te komen zodat ze met eigen ogen kon zien hoe normaal ik was.

De jongen op de boot trok zijn zweethandje terug uit de mijne en veegde hem af aan zijn shirt. Ik wilde iets opbeurends zeggen, maar het lukte niet. We spraken andere talen en voor ik het wist, werd hij door een arts naar het achterdek geloodst.

Ik keek hoe hij wegliep, zijn zweethandje diep weggestopt in zijn kleine korte broek. Ik wenste het kereltje een Wageningse winkelstraat toe, hand in hand met z'n papa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden