Column Georgina Verbaan

Ik was vereerd dat er voor mij besloten werd, dat ik maar vier simpele taakjes kreeg: opstaan, werken, naar huis, bellen

In mijn opslag staat een spijlenbed. Zo’n prinsessenbed, een twijfelaar. Wit met gouden knoppen. Ik mocht het houden van Ju, omdat ik het zo mooi vond. Ju was de moeder van een ex toen ik een jaar of 19 was. Na een tijd onvindbaar te zijn geweest voor mijn werk – een landelijke soap waar ik niet meer kwam opdagen omdat ik rondzwierf met vuilniszakken in Amsterdam, van huis naar huis, als kattenoppas voor veel verschillende soorten katten (de devon rex is een brutaal type dat dwars door je heen kijkt op de momenten dat hij je niet opzichtig veroordeelt) en soms gewoon rondzwierf als dakloze met een doodswens – werd ik in een club gevonden door twee collega’s die mij naar Ju toe brachten. Ik lag er al weken in bad voor mijn gevoel, in die hut. Of misschien lag ik tussendoor weleens in een hangmat, dat weet ik niet meer precies maar het lijkt me zeer aannemelijk.

De Supperclub was een restaurant en nachtclub in het centrum van Amsterdam. Liggend eten op matrassen was het concept, je moest er je schoenen uit. Schone sokken, erg belangrijk. Ik lag natuurlijk niet midden in de zaak in dat bad, hoewel zoiets niet gek geweest zou zijn in die tijd; er waren iedere avond acts. Met vuur ook soms. Het was een los gebeuren. Nee, ik lag achter. Achter de schermen. Ik geloof niet dat daar iemand woonde maar een bad was er wel. Misschien spoelden de acts daar hun schmink en glitters in af. Van mijn geheugen heb ik heel moedwillig een gatenkaas gemaakt, maar ik weet wel zeker dat iemand me Kneipp-badtabletten in dennengeur gaf om in te weken. Waarschijnlijk omdat ik stonk.

Ju heet niet echt Ju, maar ik noemde haar zo omdat ze erop stond dat ik haar niet met ‘u’ zou aanspreken en ik ‘je’ en ‘jij’ niet uit mijn jongvolwassen vogelbekje kreeg. Zij noemde mij op haar beurt Kippetje.

Omdat ik nergens heen kon – en alleen talent voor schulden maken had – mocht ik bij haar wonen, in een kamertje, met dat bed. En omdat de bazen van de soap er niet zomaar gerust op waren dat ik nu ineens wél in de studio zou verschijnen, had Ju veel overleg met de mensen aldaar, werden mijn filmtijden iedere dag aan Ju doorgegeven en moest ik aan het einde van een draaidag, zodra ik mezelf met de bus lijfelijk in Haarlem had gekregen, waar Ju woonde naast de enthousiast klingelende Sint Bavokerk, bellen met Ju, vanaf de huistelefoon, om aan te geven dat ik veilig binnen zat. 

Het was onwerkelijk, maar ik was vereerd dat er voor mij besloten werd, dat ik maar vier simpele taakjes kreeg: opstaan, werken, naar huis, bellen. Geen vezel in mijn lijf die erover piekerde om me niet aan die afspraken te houden. Ik wilde Ju niet teleurstellen. Bij haar hoorde ik voor het eerst wereldmuziek, aten we samen, mocht ik tijdens het eten best één glas wijn – omdat je van een drol toch geen gebakje meer maakt – maar niet meer dan dat, en was mijn rookverslaving de enige die nog werd gedoogd, al trok ze soms de wenkbrauwen van haar pretogen op en riep ze met haar heerlijke stem: ‘Alwéér een sigaretje?’ Dan legde ik het stokje toch vaak neer. Een korte, vormende tijd was het. Waar ik vreselijk dankbaar voor ben. Bij Ju, zo’n lieve sterke vrouw. 

Het prinsessenbed gaat nooit weg. Ik slaap er nu zo’n vijf jaar niet meer in, maar heb mijn kind erin gevoed, tussen al mijn katten, relaties zijn erin ontstaan en stukgelopen. Op een dag geef ik het aan mijn dochter en dan hoop ik dat zij zich net zo bijzonder voelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden