Column Sylvia Witteman

Ik was kinderachtig genoeg om niet alleen gelijk te hébben, maar het ook te willen krijgen

Terwijl ik door zo’n met advocatenkantoren gelardeerde buurt in Amsterdam-Zuid fietste, dacht ik aan die doodgeschoten advocaat. Hoe moet dit nu verder? Wie durft er ooit nog een kroongetuige bij te staan? En stél dat de dader gepakt wordt, en hij blijkt een puber van 15 die voor een lullige paar duizend euro niet alleen een vader van jonge kinderen, maar ook onze rechtsstaat om zeep geholpen heeft? Die mág je niet eens opsluiten.

Aan mijn gepieker kwam een eind toen mijn fiets abrupt stilhield bij een pleintje: de fietstas zat tussen de spaken. Ik trok hem eruit en keek erin, hoewel ik al wist wat ik zou aantreffen: afval. Fietstassen hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op voorbijgangers die nog net niet gewetenloos genoeg zijn om hun koffiebeker/kipnuggetsdoosje/frietresten op straat te flikkeren.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Het pleintje herbergt vooral makelaarskantoren, winkels met schoenen van 800 euro en eetgelegenheden voor mensen die zo min mogelijk eten; maar er bleek ook een vuilnisbak te staan. Zo’n grote, met een schuifklep. Kwam die even van pas!

Tussen duim en wijsvinger begon ik vochtige onbeschrijflijkheden uit mijn fietstas te vissen. Toen ik de klep van die vuilnisbak wilde opendoen, bleek hij muurvast te zitten. Vol. Nou, dan niet. Ik gooide de rommel terug in mijn tas, veegde mijn hand af aan mijn broek en wilde doorfietsen toen ik een gezaghebbende mannenstem hoorde: ‘Ja, neem je dat óók even mee?’

Ik keek om en zag een compacte man van een jaar of 40 met een rood gezicht, in zo’n pilotenjack dat nooit door piloten gedragen wordt. Hij wees naar een volle vuilniszak die tegen die bak geleund stond. ‘Die is niet van mij hoor’, zei ik.

‘Die-is-niet-van-mij-hoorrr!’, bauwde de man me met een eng stemmetje na. ‘Nee? Dan ga ik tóch even kijken of er misschien een envelop in die zak zit. Met je naam en adres.’ Hij rukte die vuilniszak open en begon erin te graaien. Verflenste rucola, avocadoschillen, Nespressocupjes... de man werd steeds roder, van woede of van het bukken. Ik had kunnen wegfietsen, maar ik was kinderachtig genoeg om niet alleen gelijk te hébben, maar het ook te willen krijgen.

De man graaide voort als een beer op zoek naar honing. Het vuilnis lag om hem heen te stinken op dat keurige pleintje maar een envelop vond hij niet. ‘Stop je alles wel weer netjes terug in die zak?’, zei ik en stapte op mijn fiets.

Terwijl ik wegfietste trof zijn ‘Kutwijf!’ me als een baksteen tussen de schouderbladen.

Die moord was ik alweer vergeten, maar met die rechtsstaat komt het nooit meer goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden