Column Peter Middendorp

Ik was boos op Basic Fit, maar waar moest ik met die boosheid naartoe?

Om redenen die hier buiten beschouwing kunnen worden gelaten, wilde ik laatst weten hoeveel ik weeg. Dus, dacht ik, laat ik de volgende keer in de sportschool eens op de weegschaal gaan staan, een handig apparaat, dat niet alleen vertelt hoe zwaar je bent, maar van alles aan je doorlicht en berekent, je hele zompige textuur, zodat je na afloop altijd wel van iets kunt denken dat het meevalt, bijvoorbeeld je metabolische leeftijd.

De weegschaal was verdwenen, net als het personeel. De balie was er nog wel, waarachter ze vroeger hadden gewerkt, die hadden ze laten staan, misschien als een herinnering aan de tijd dat de sportschool nog geen Basic Fit heette, en ook nog geen Health City, maar Fitness First. Van de gastvrouw uit de beginjaren zag je nu nog weleens een stukje rug als ze zich met een loeiende stofzuiger onder je toestel wringt.

Ik liep de zaal in, maar ik zag niemand die bij de sportschool hoorde. Het was nog onverantwoord ook. Toen ik kort geleden eens achterover van een elektrische trap lazerde, op de vloerbedekking lag, en bijkwam – ik was even weggeweest – opende ik mijn ogen ook al vergeefs in de veronderstelling dat er bezorgde medewerkers boven me zouden hangen. Er was niemand. Zelfs de camera’s hadden geen oog voor mij gehad.

Bij de kleedkamer zag ik nu wel een nieuw apparaat staan, even groot als een frisdrankmachine, met een beeldscherm op de plaats van frisdrank en, op enkelhoogte, een opstap-plateautje met voet-sensoren. Als je even je eigen Basic-Fit-app op je telefoon installeerde, las ik, had je je eigen Basic Fit-app op je telefoon en kon je de rest van je leven op alle informatiedragers ter wereld 24/7 zien hoeveel je vandaag weegt.

De wifi was niet optimaal, het downloaden moest een paar keer over, maar daarna herkende het apparaat mijn eigen membershipcard. Ik voerde wat gegevens in en ging met blote voeten op de sensoren staan, precies zoals een kalme stem uit de weegschaal had gezegd. Daarna wachtte ik tot ik een ons woog op een uitslag – je mocht je niet bewegen, je moest zo stil mogelijk blijven staan – maar die kwam er niet.

Ik probeerde het nog eens en nog eens, rustiger, sneller, stiller. Ik maakte de sensoren schoon en schoner – ze blonken – en probeerde het nog een keer of vijf. Maar na een drie kwartier op dat frisdrankapparaat wist Basic Fit werkelijk alles van mij en vermoedelijk ook mijn Facebook-vrienden en ik nog niet eens hoeveel ik weeg.

Ik werd boos, wat logisch was, terecht, maar waar moest ik met die boosheid naartoe? Zelfs als je iemand wilde vermoorden was er in de hele zaak niemand in de oranje bedrijfspolo te vinden om de nek om te kunnen draaien.

Het was wonderlijk, dacht ik later, onderweg naar de Kijkshop aan de overkant van de straat, waar ik een weegschaal kocht – die het niet deed, en de Kijkshop ging failliet – op hoeveel plekken je als mens alleen al op één dag de tyfus kon krijgen. Je hoefde er bijna niets voor te doen. Gewoon blijven staan, zij deden de rest. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.