Ik vroeg om de manager en lag ineens in een nekklem

Je doet een boodschap en even later lig je op de grond. Zo voelt vernedering.

Izz ad-Din Ruhulessin is publicist.

Ik heb mijn moeder veel te lang niet bezocht en ben blij om haar weer te zien. Ze vindt de bloemen die ik heb meegebracht mooi. We besluiten om een pizza te bestellen. Dat is in de loop der jaren bij ons een soort van zaterdagavondtraditie geworden. Er is geen cola meer, dus ik ga naar de Coop om boodschappen te doen. Als ik de tuin uit loop hoor ik mijn moeder nog roepen of ik een toetje wil meenemen.

Mijn cola en ijs liggen op de band. Ik ben de eerstvolgende klant. Een beveiliger komt in mijn personal space staan. Hij zegt dat ik mijn capuchon en pet moet afdoen. Ik zeg dat ik dat liever niet wil en vraag hem om de reden daarvoor. De blikken van de Syriërs, die bij de kassa aan de overkant staan, vertellen mij dat ik me beter gedeisd kan houden. De beveiliger beweert dat dit de huisregels zijn.

Ik wil de huisregels op papier zien. Hij zou het net zo goed ter plekke kunnen verzinnen, net zoals die portiers die altijd zeggen dat ik de verkeerde schoenen aan heb. De beveiliger antwoordt dat hij dit niet op papier hoeft te zetten en dat ik hem provoceer. Ik vraag hem om zich te legitimeren en ook daar weigert hij aan mee te werken. Hij komt nauwelijks uit zijn woorden, maar ik begrijp dat hij mij vordert om de winkel te verlaten. Terwijl de beveiliger mij naar buiten duwt, zeg ik dat ik een manager wil spreken.

De discussie zet zich voort op de openbare weg. Ik begrijp dat de beveiliger mij 'aanhoudt' voor huisvredebreuk als ik weer naarbinnen stap. Hij zegt dat hij wil dat ik wegga. Ik zeg dat ik een manager wil spreken. Blijkbaar is de beveiliger nu ook een bevoegd opsporingsambtenaar, maar ook daarvoor ontbreekt legitimatie. 'Rot op, nu', is zijn antwoord. Ik zeg nogmaals dat ik een manager wil spreken. De beveiliger gaat de winkel terug in en overlegt wat met zijn collega's. Ik hoor hem roepen dat het alarmnummer gebeld moet worden omdat ik word aangehouden. Vervolgens stormt hij weer naar buiten.

De ijskoude tegels schuren tegen mijn knieën. Aanvankelijk kan ik het voordeel van een nekklem wel inzien, omdat die voorkomt dat ook mijn gezicht tegen diezelfde tegels zou schuren. Ik vraag de beveiliger op grond van welke bevoegdheid hij dit geweld toepast. Hij zegt dat dit geen geweld is. De spanning op mijn longen neemt toe. De arm om mijn keel spant zich aan nadat ik heb verteld dat ik een longaandoening heb (terugkerende klaplong, zestien keer) en op dit moment in een risicovolle houding lig. Wanneer beide longen het begeven is dat dodelijk.

Een kinderstem vraagt wat er aan de hand is. Ik probeer te vertellen dat ik van deze meneer blijkbaar geen cola en ijs mag kopen, maar de arm om mijn keel spant zich nog verder aan om te voorkomen dat ik praat. Ik spoor hem op sarcastische wijze aan om door te gaan. Laat de hele wereld zien uit wat voor hout je gesneden bent. De beveiliger weet niet dat ik Facebook-live heb aangezet (zie onderaan - red.). Het wordt zwart voor mijn ogen. Het surrealistische gevoel van blijdschap om het arriveren van de politie is van korte duur. Dit vernederende en traumatiserende moment is het resultaat van mijn eigen provocaties, aldus de agenten. Ze stellen geen verder onderzoek in. Ik wil aangifte doen, maar mijn beste vriend in uniform zegt dat ik daarvoor een afspraak moet maken.

Het is nu maandagochtend. Zou ik een van de mensen zijn die volgens de premier 'gewone Nederlanders' beschuldigt van racisme? Ik weet het niet. Deze lachende lul hoeft er vast geen rekening mee te houden dat vragen om een manager hem aan het ontvangende eind van potentieel dodelijk geweld kan plaatsen.

Dinsdag. De Coop heeft nog niet gereageerd op mijn verzoek tot contact over dit incident. Gelukkig betreurt de supermarktketen het voorval, zo vertelt een journalist van De Stentor mij. Later die dag krijg ik zelf ook een reactie, waaruit ik kan vernemen dat de beveiliger 'adequaat' handelde, op basis van de 'instructies' die zijn opgesteld naar aanleiding van 'vervelende en bedreigende voorvallen' in het verleden. Ervan uitgaande u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Nee, dat heeft u niet! Op mijn verdere vragen zal ik twee weken later nog steeds geen reactie hebben. De volgende dag lees ik in De Stentor dat de politie zegt dat beide partijen geen aangifte wilden doen.

Om zelf vernederd en als een beest tegen de straatstenen gedrukt te worden is niet het pijnlijkste. Dat moet je gewoon voor het team incasseren. Het pijnlijkste is dat er nog honderdduizenden andere burgers zijn, met dezelfde kleur ogen als ik, die dit soort ervaringen wekelijks, zo niet dagelijks hebben. Die níét Sultan Izz ad-Din Ruhulessin zijn en níét schrijven in nationale kranten. Die geen contacten hebben in de politietop of het politieke establishment. Dáárom moeten degenen die dat wel hebben loyaliteit tonen aan de straat die hen gemaakt heeft. Om te voorkomen dat de volgende generatie het ons kwalijk neemt dat zij hetzelfde leed moet ondergaan.

Laat zien uit wat voor hout je gesneden bent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.