ColumnEva en Eddy Posthuma de Boer

Ik voel ineens een ongekende liefde voor Rotterdam

Het is misschien ongebruikelijk voor een Amsterdammer, en ik sta er zelf ook van te kijken, maar ik voel ineens een ongekende liefde voor Rotterdam. Het zal zo vlak voor Kerst zijn aangewakkerd, toen Deelder doodging en zijn dichtregels door het hele land fladderden en mij op Terschelling bereikten – regels die ik wel kende, maar die nu een nieuwe lading hadden, zoals dat gaat met verzen van dode dichters. Ik bedoel, bijvoorbeeld, voor zijn dochter: Lieve Ari, wees niet bang, de wereld draait rond en dat doet ’ie nog lang. Maar ook:

Rotterdam is niet te filmen,

De beelden wisselen te snel

Rotterdam heeft geen verleden

En geen enkele trapgevèl (…)

Eveneens zo rond de Kerst, eveneens op Terschelling, trad Frederique Spigt op (Fré voor intimi) (ben ik nie). Ze zong, nee, ze bracht ballads en rocksongs, zo welgemeend uit hart en tenen, aanstekelijk, ontroerend, met hese adem, met Rotterdamse ziel. En daarmee was de Rotterdamse overweldiging nog niet ten einde, want in het verse nieuwe jaar was er een verse nieuwe familievoorstelling van Theater Rotterdam: Repelsteeltje en de blinde prinses. Banaal, brutaal, listig, voorspelbaar edoch verrassend spektakel uit de koker van Pieter Kramer dat voor mijn kinderen bij de paplepel hoort, waar we met het ganse gezin weer reikhalzend naar uitzagen, ons aan vergaapten en om gilden van het lachen.

Maar de klapper moest nog komen, de eindeloos nagonzende finaledreun: Waardenberg en De Jong, reunited in het Nieuwe Luxor. Hallo! Ik zeg: hallo! Clowns en acrobaten, poëten zonder woorden, tovenaars met blikken, smoelentrekkers, tetteraars met dikke tees, bewaarders van de eeuwige jeugd, ze waren het allemaal, twintig jaar geleden, en zijn het nog, maar nog beter, hun leeftijd een extra dimensie, hoe bestaat het, hoe krijgen ze het voor elkaar, van zo weinig zo veel maken, duizenden mensen in vervoering, aan het lachen, gelukkig?!

Jazzmuzikant Curley Hamner.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Toen we ten slotte uit Rotterdam vertrokken, over de geboogde Erasmus, de skyline schitterend weerspiegeld in de golven van de Maas, en koers zetten richting ‘die pleurisstad’, zoals Deelder mijn geboorteplaats zo subtiel wist te karakteriseren, luisterden we jazz – want laten we wel wezen: denkend aan Rotterdam, ziet men blazers en bassisten in blauwgerookte nachtclubs staan. En zo lieten we, licht betraand, die grootse stad achter ons, waarin zoveel moois gebeurt onder de levenden en onder de doden, en waarvan we even droomden dat we er woonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden