columnNico Dijkshoorn

Ik vind, puur op gevoel, de Nederlandse John Denver een stuk agressiever dan de Amerikaanse

Een week geleden ontmoette ik, achter de schermen bij het televisieprogramma Tijd voor Max, de Nederlandse John Denver. Ik had liever de Roemeense John Denver ontmoet. Dat zou alles een stuk eenvoudiger hebben gemaakt. Ik had dan alleen maar met mijn handen hoeven doen alsof ik gitaar speelde en daarna had ik mijn duim omhoog kunnen steken. Succes, Roemeense John.

Nu lag dat allemaal een stuk ingewikkelder. Ik herinnerde mij een ontmoeting met de Nederlandse Lee Towers. Hij zat vlak naast mij en belde zijn vrouw. ‘Ik ben in de studio. Ze vinden me allemaal erg lijken. Ik rijd om een uur of half 7 naar huis. Wacht maar met eten.’ Pas na een kwartier durfde ik iets tegen de Nederlandse Lee Towers te zeggen. Ik zei: ‘Lee Towers is toch zelf al de Nederlandse Lee Towers?’ Dat was hij met mij eens.

Ik kwam er toen ook niet helemaal uit. Betekende dit dan automatisch dat er een Servische Lee Towers was? Die wilde ik wel een keer zien optreden. Dat had tenminste nog een beetje zin, dat ze in Servië geen Lee Towers hadden, en dat je als artiest in het gat dook. Maar waarom zou ik gaan kijken en luisteren naar de Nederlandse Lee Towers?

De Nederlandse John Denver keek mij aan. Hij was gekleed als de Amerikaanse John Denver. Spijkerbroek, ruiten hemd, laarzen: alles klopte, behalve zijn gezicht. Ik herinnerde mij John Denver als iemand die zelf zijn haar knipte. De Amerikaanse John Denver had drie keer meer gezicht dan de John Denver die nu naast mij zat. Misschien was het wel de Nederlandse John Denver Vlak Na Het Neerstorten Met Zijn Vliegtuig.

Ik gaf hem een hand. ‘Hallo, Nico Dijkshoorn. De Nederlandse.’ Daarna wist ik het even niet meer. Wat vroeg je aan een Nederlandse John Denver? Toen de stilte ondragelijk werd, zei ik: ‘Thank God, I’m a country boy.’ Daarna deed ik of ik viool speelde. Dat viel niet in goede aarde.

Er volgde een heel verhaal, dat de Amerikaanse John Denver zoveel meer was dan een viool en een scheef geknipte pony. En waarom bedankte ik God en niet John zelf? Was ik wel een country boy? Zo zag ik er anders niet uit met mijn schrijversjasje aan. Ik vond, maar dat is dus puur op gevoel, de Nederlandse John Denver een stuk agressiever dan de Amerikaanse.

Ik moest het gesprek zien te kantelen. ‘Kent u de Senegalese Rob de Nijs? Die is misschien nog wel beter dan de Nederlandse.’ Ook dit viel helemaal verkeerd. Daar ging het niet om, of je beter of slechter was. De Amerikaanse John Denver had een heel ander timbre, maar maakte dat hem meteen beter? Of moest hij soms zelf ook eerst neerstorten met een vliegtuig. Was ik dan tevreden?

Daarna werden we godzijdank de studio in geroepen. De Nederlandse John Denver (Kroep Meukels) zat eerst nog even aan tafel en praatte mee over de vele mogelijkheden van zeewier. Je kon het drogen en er een leuke ketting van maken. Daarna vertelde ik dat mijn moeder waarschijnlijk van aardbeienijs hield. Ze was dood. Ik kon het haar niet meer vragen.

Vervolgens zong de Nederlandse John Denver het lied Leaving on a Jet Plane. Achter hem trommelde een man op een houten kist. De Amerikaanse Malle Eppie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden