ColumnAaf Brandt Corstius

Ik vermoed dat er weinigen zo hard hebben gerend om een Caravaggio te zien

We stonden keurig op tijd in de rij voor het Rijksmuseum in Amsterdam. Het tijdstip waarvoor we kaartjes hadden bemachtigd was 9 uur ’s ochtends. De paal met handontsmetter was al in zicht, als teken van de pret die weldra kon beginnen.

Vanaf het Museumplein kwam een vrouw luid hijgend aanrennen, en ze ging achter ons in de rij staan. Ik draaide me naar haar om. Ze droeg een oranje broek en had een erg rood hoofd. ‘Staan jullie in de rij voor 9 uur?’, vroeg ze. Ja, zeiden we. ‘O God, dan ben ik op tijd, dan ben ik op tijd’, hijgde ze.

Ik weet dat veel mensen al veel eeuwen van de werken van Caravaggio houden, maar ik vermoed dat er weinigen zo hard hebben gerend om zijn schilderijen te zien.

Binnen liep de spanning op. Je bleek een apart kaartje te moeten halen om de expositie van Caravaggio te kunnen zien. De vrouw schoot snel voor ons langs naar de ticketbalie. 

‘U ben er weer’, zei de jongen achter de balie. ‘Ja, en dit keer ben ik op tijd, toch?’ De vrouw keek hem wanhopig aan. ‘U bent op tijd.’ Hij gaf haar een kaartje en ze schoot naar de andere kant van de hal, de tentoonstellingsruimte in.

Zoals er ooit vrouwen waren die elke dag in Diergaarde Blijdorp bij de kooi van Bokito stonden te posten, bleken er ook vrouwen te bestaan die elke dag naar de Caravaggio’s komen kijken. Er zit natuurlijk een elementje van lust in. In Bokito, maar ook in Caravaggio, aangezien hij ongeveer iedereen in z’n blote torso schildert en erg druk is met de tepels en buikspieren van Jezus.

Het Rijksmuseum zonder toeristen bleek, zoals alles zonder toeristen, leuker. Natuurlijk, je moest bij elk schilderij de anderhalvemeterdans met elkaar doen, veel mensen droegen mondkapjes, pijlen met looprichtingen zal ik nooit doorgronden en in iedere zaal was er een kwetsbare doelgroep aanwezig. Maar nooit stond er een grote groep Amerikanen voor je neus.

Op de schilderijen zagen we steeds weer hoe de ongelovige Thomas zijn vingers in de wonden van Jezus steekt. In de huidige tijd is dat moeilijk om aan te zien, ooit was het een enorm thema in de schilderkunst. De vrouw met de oranje broek was ik inmiddels kwijt, ik denk dat ze langzamer door de zalen trok dan wij.

Bij de uitgang kwamen we een museummedewerker tegen die mijn man bleek te kennen, en we vertelden haar hoe mooi we het allemaal hadden gevonden. Een bezoeker met mondkapje liep langzaam op ons af en mengde zich in het gesprek: ‘U vond het heel mooi. Ik vond het juist heel erg tegenvallen.’

Sommige dingen mogen weer, en je mag van alles iets vinden, en dat is heerlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden