Column Chris Oostdam

Ik trek nog steeds veertig baantjes, maar ben langzamer dan voorheen

Nu er weer leuke dingen kunnen, is het ook tijd om conditie op te bouwen. Een vaste structuur helpt.

Zoals ik vorige week schreef, heb ik vooral leuke dingen gedaan vanaf het moment dat het een stuk beter met me gaat. Dat is nog best lastig, omdat ik het moeilijk blijf vinden mijn grenzen goed te bepalen, maar het is vooral fijn.

Maar hoezeer ik daarvan ook geniet, opbouwen van conditie doe ik er niet mee. En dat is wel wat ik wil, weer terugkomen op het niveau van vóór ik ziek werd. Dat is bepaald niet het niveau van een topsporter, maar zeker niet onaardig voor een dame van 62. Ik neem me voor om echt te gaan werken aan het vergroten van mijn conditie: niet alleen ­lopen met Zappa, maar ook weer zwemmen, fietsen en mijn vaste oefenprogramma.

Het valt nog niet mee om er ook daadwerkelijk uitvoering aan te geven. Er is elke keer wel wat. De ene keer ben je ’s avonds laat thuisgekomen, te laat om de volgende ochtend te gaan zwemmen, een andere keer is de dag ­alweer voorbij voordat je bedenkt dat je eigenlijk een stukje wilde gaan fietsen.

Wat helpt, of laat ik zeggen wat voor mij in ­ieder geval goed werkt, is een vaste structuur: op dinsdag en donderdag zwemmen, op de andere dagen mijn oefeningen doen, op maandag, woensdag en vrijdag fietsen. Dat is het programma, daar hou ik me aan en als er eens een keer iets tussenkomt, is dat niet erg.

Zwemmen heb ik altijd veel ­gedaan en ik durf wel te zeggen dat ik een redelijk goede techniek heb. Ik heb ook jarenlang vrij fanatiek aan onderwaterhockey gedaan. Ja, dat bestaat. Google het maar eens. Een hartstikke leuke en veeleisende sport waarbij ik het zelfs tot het nationale damesteam heb geschopt.

Ik ga naar een ander zwembad dan waar ik eerder altijd heen ging. Niet alleen omdat het dichterbij is nu ik niet werk, maar ook omdat ik het te confronterend vind om de andere vaste zwemmers tegen te komen die ik in de loop der jaren heb leren kennen.

Ik ga lekker vroeg, dan is het meestal het rustigst, en lig om kwart over zeven in het water. In een rustig tempo, met af en toe een pauze tussendoor, trek ik veertig baantjes. Dat lijkt me een mooi beginnetje. Ik ben een ­banen- en slagenteller en ik merk al gauw dat ik behoorlijk wat langzamer ben dan voorheen. Dat doet me denken aan een ­oudere man die mij ooit eens in het zwembad toevertrouwde: ‘Ik doe nog steeds veertig baantjes, alleen doe ik er wel steeds langer over.’ Toch valt het niet tegen. En al bij de derde keer merk ik dat het me makkelijker afgaat.

Mijn vaste oefenprogramma bestaat uit een serie buikspier­oefeningen en rek- en strek­oefeningen. Ik doe dat al jaren vanwege chronische lage rugpijn, maar het laatste jaar is de klad er een beetje ingekomen. Ook hier geldt: rustig beginnen en langzaam opbouwen.

Het fietsen schiet er nog een beetje bij in, maar ook dat komt wel weer.

Goed bezig!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.