ColumnPeter Middendorp

Ik trek in principe geen verhuurders over balies, dwars door het plexiglas

Bij de camping hoorde een kunstskibaan, een rechthoekje hoog kunstgras, dat als een huidtransplantatie over een hoge vuilnisberg was uitgerekt, en het probleem van de baan was, in mijn optiek: hij deed het niet. Ik stond boven op het steilste stuk, het gewicht naar achteren en de skipunten naar beneden, een houding waarin je je normaal gesproken in het dal zou storten, maar ik kwam niet vooruit.

Ik had natuurlijk nergens verstand van, maar dit klopte niet. Ik bond de ski’s af, stapte zijwaarts het trapje naast de helling af, zweette, viel en riep vanaf halverwege naar mijn vriendin beneden: ‘De baan doet het niet, hij is kurkdroog. Zou je die meneer met de krullen willen vragen of hij de sproeiers aandoet?’

Goedgemutst ging ze naar binnen, naar de balie, goedgemutst kwam ze even later weer naar buiten en riep: ‘De meneer met de krullen zegt dat de baan het in principe gewoon doet!’

Ik dacht verdomme, weet je wel, een kluitje in het riet. Misschien was het anekdotisch bewijs, maar de eerste keer was de baan nat en deed-ie het, en nu waren de sproeiers uit en deed-ie het niet. ‘Wat heb je geantwoord?’, riep ik. ‘Dat-ie het in principe ook wel doet?’

Maar ja, wat kon je doen? Je had vakantie, je probeerde zo weinig mogelijk te schreeuwen. Dus klom ik opnieuw naar boven, bond opnieuw de ski’s onder en ging opnieuw op het steilste stuk van de piste in de hogesnelheidshouding staan, kont naar achteren, punten gevaarlijk recht naar beneden, en kwam – wat wil je ook, de baan was droog – opnieuw geen centimeter vooruit.

Op dat moment kwam de krullebol via de trap naar boven en dat kwam goed uit, want anders had ik opnieuw naar beneden gemoeten en wie weet hoe kwaad ik me onderweg dan op die krullebol had gemaakt – al trok ik in principe geen verhuurders van diensten en producten over balies, dwars door het plexiglas.

Het is vervelend als je niet serieus wordt genomen. Het ergste vind ik dat je ermee voor lul wordt gezet. Want als die baan het in principe doet, zei ik dan ook tegen de krullebol, die langzaam dichterbij kwam, waarom ben ik dan naar beneden gekomen om te zeggen dat het niet zo is? Hoe verklaar je dan mijn gedrag? Ben ik gek? Heb ik mezelf ingebeeld dat-ie het niet doet? Sta ik alleen filosofisch stil?

‘Deze baan’, zei hij met een gekrenkt lachje, ‘wordt niet glad van het water, maar door dit glijmiddel.’ Maar ik keek en luisterde niet, ik skiede er met een noodgang vandoor. Daarover was hij erg gepikeerd, hij riep me nog van alles na – ‘Ja hoor, nou skiet-ie weg! Nou skiet-ie weg!’ – maar het ging per ongeluk, vanzelf, automatisch. Iemand beneden had de sproeiers aangezet, plotseling, zonder waarschuwing vooraf, wat levensgevaarlijk is, als je erover nadenkt; ik kan helemaal niet skiën.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden