ColumnAaf Brandt Corstius

Ik stuitte op een bijna onvindbaar goudklompje in de grote Ik vertrek-mijn

null Beeld
Aaf Brandt Corstius

17 januari is de datum waarop 99 procent van de bevolking van Nederland overweegt om mee te doen aan Ik vertrek. Of om te vertrekken, sowieso. Het regent al twee maanden, de zon ligt in zijn mand, met een verbeten gezicht ren je in in de ochtend in het duister rondjes door het park – waarom?

Je zou ook voor een appel en een ei in een finca in Spanje kunnen wonen, of een finca in Italië, who cares, en daar een bed and breakfast, chambre d’hôte of ander kansloos plan tot vrucht kunnen brengen. Maar dan zat je wel in de zon en werd je vrienden met oude, verrimpelde mannen op een dorpsplein die een mooie taal spraken.

Mijn reactie op deze aandrang om te vertrekken is urenlang afleveringen van Ik vertrek terugkijken, en door dit langdurig onderzoek stuitte ik op een unicum, een bijna onvindbaar goudklompje in de grote Ik vertrek-mijn: het gezin waarbij alles lukt, waarbij ze nooit ruzie krijgen, en waarbij je ze dat ook nog gunt.

Ik weet het, je gelooft niet dat het bestaat. Je wil als kijker dat gezinnen veelvuldig in aanraking komen met een riool en een kloterige Franse burgemeester, en dat ze als reactie daarop veelvuldig passief-agressieve opmerkingen tegen elkaar maken. (Ik genoot zelf, geef ik toe, dus ook erg van de aflevering waarin een keurige moeder van een keurig gezin met perfecte ‘kindjes’, zoals dat soort mensen hun kinderen noemen, na twee dagen in een onderkoeld Portugees huis haar man ineens woedend ‘gast’ noemde.)

Maar hier waren de Van Houtums en die kwamen uit Arnhem. In Arnhem hadden ze al een moestuin waar ze met succes courgettes in wisten te kweken. Dan heb je bij mij al een enorm percentage van het beschikbare respect binnengehaald. Ze gingen naar Spanje om zelfvoorzienend te leven.

Hun driezitsbank paste niet in de verhuiswagen, maar daar gingen ze chill mee om. In Spanje zaten hun piepkleine kinderen zelden lamlendig achter een iPad (soms wel, gelukkig), en hielpen monter met het oogsten van groenten. De mangoboomgaard die ze hadden gekocht, dreigde dood te gaan, maar ze knutselden geduldig aan een irrigatiesysteem, en dat irrigatiesysteem werkte.

Ze verdienden veel minder geld dan gehoopt, namelijk niets, en daarom vloog de man heen en weer om elders te werken. Ze klaagden daar nooit over. Ze spraken – shock en horror – vloeiend Spaans.

Deze Ik vertrek was yoga: hij gaf mij een les in kalmte. En niet, zoals gebruikelijk, een les in slecht geldmanagement, nog slechter relatiemanagement, belabberde kinderopvoeding en amateurrioolreparatie.

In 2022 zal ik, in ieder geval in gedachten, een mangoboomgaard beheren, in volstrekte rust.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden