Column Sylvia Witteman

Ik stapte in de Noord-Zuidlijn en raakte nota bene bevangen door een zekere trots

Ik stapte in de nieuwe Amsterdamse Noord-Zuidlijn, ik zag de snelheid, doelmatigheid en het opvallend ontbreken van lulligheid, ja, er was zelfs een vermoeden van grandeur. Mijn scepsis smolt weg; ik raakte nota bene bevangen door een zekere trots. Dat laatste was natuurlijk onterecht. Je kunt niet met goed fatsoen trots zijn op iets dat je niet zelf gedaan of gemaakt hebt, en aan die metro heb ik zelfs niet het geringste steentje meegemetseld.

Trots zijn op Amsterdam is bovendien de laatste tijd niet bepaald bon ton. Amsterdam is een rotstad, heet het. ‘Ik zou er nóóit willen wonen’, hoor je steeds vaker, gek genoeg van dezelfde mensen die steen en been klagen over de onbetaalbare Amsterdamse huizen. Dat doet me denken aan die stokoude grap van die twee oude dames die zitten te eten in een restaurant: ‘Wat is het eten hier smerig’, zegt de een. ‘Ja hé?’, beaamt de ander. ‘En ook nog van die schandalig kleine porties!’

Klagen is gratis, en dus héél Hollands. Zelf ben ik dan ook dol op klagen. Ja, Amsterdam is in velerlei opzicht een rotstad geworden. Ik word ’s ochtends vroeg gewekt door een dikke hasjlucht, en val er ’s avonds bij in slaap. Het is hier propvol met toeristen die stoned fietsen huren en daarmee dan – zigzaggend en domme selfies makend – iedereen in de weg rijden. De Albert Cuypmarkt is veranderd in een stroopwafelattractiepark, de Bijenkorf in een dure-tasjes-voor-patserige-Russen-paradijs, de slager op de hoek in een zeezout-karamel-pokebowl-juicebar, nou ja, dat gezeur kent u nu wel.

Kortom, ik zou hier best weg willen. Maar waar naartoe? Rotterdam schijnt leuk te zijn, maar laten we eerlijk zijn: Rotterdam is nogal lelijk. Haarlem? Nee, want daar kom ik vandáán, en als ik de Damiaatjes hoor tingelen komt mijn hele jeugd weer boven, niet noodzakelijkerwijs in mijn voordeel. In Den Haag héb ik een paar jaar gewoond, en ik werd er warm noch koud van.

Ergens helemaal buiten, dan, met een eigen moestuin? Ik verlang daar soms erg naar. Anderzijds ken ik nogal wat mensen die buiten zijn gaan wonen. Die staren nu met verkrampte glimlachjes naar de vijftigduizend nodeloze courgettes die elke dag de grond uit schieten, sissen met opeengeklemde kaken ‘Ik zou nooit meer anders willen’ en snakken stiekem naar de versgebakken garnalenkroketjes van Holtkamp, op te eten staand voor de pui, lekker je bek branden aan die gloeiende ragout, vergenoegd loerend en luisterend naar voorbijgangers, de een nog raarder dan de ander. En dan, hóp, die coole nieuwe metro in.

Weet u wat? Dat ga ik nu metéén weer even doen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.