ColumnStephan Sanders

Ik snap nu pas goed waarom ik in Minneapolis zo weinig Afro-Amerikanen tegenkwam

Mijn eerste reactie, toen ik de massale betogingen zag in Minneapolis: ‘Maar wonen er dan zo veel Afro-Amerikanen?’

Dat klinkt dommer dan het is. Dertig jaar geleden woonde ik in die noordelijke, Amerikaanse stad, een jaar lang. Ik woonde er zelfs officieel als ‘African-American’, want zo stond ik aangemeld bij de University of Minnesota. Daar was ook een clubje van studenten, docenten en hoogleraren ‘met een Afrikaanse afkomst’, zoals dat heette, maar alles zeer bescheiden.

Minneapolis zoals ik het leerde kennen was vooral een stad met veel Scandinavische invloeden, ik herinner me ‘Sven en Olsens pizzeria’ en een relatief grote ‘Native American’-populatie. Het zelfbeeld van de stad lijkt een beetje op dat van Amsterdam: wij zijn de progressieve, liberale enclave van het Midden-Westen, wij doen aan kunst en cultuur en net buiten de stad houden ze allemaal varkens. Ook het veganisme was in die tijd onder studenten al hip.

Vaak heb ik moeten uitleggen, ook aan Amerikanen, waar die stad nu precies lag. Chicago, ja, en dan naar het Westen, niet zo ver van Lake Superior. Nee, geen Canada. Die onbekendheid heeft Minneapolis met één kniemoord verspeeld, en ook de liberale zelfgenoegzaamheid zal een flinke knauw hebben gekregen.

Ik snap nu eigenlijk pas goed waarom ik buiten de campus zo weinig Afro-Amerikanen tegenkwam. De stad is ernstig gesegregeerd, van Volkskrant-correspondent Michael Persson leer ik dat Minneapolis een treurige vierde plaats inneemt in de rassenscheidingsindex van Amerikaanse steden.

Ik woonde downtown, om de hoek van de grote kantoorgebouwen, aan een lieflijk parkje met uitzicht over een op schaatsen berekende vijver – de winter duurt er minstens zeven maanden: dan geen betogingen.

Tegenover mij een beeldentuin en het Walker Art Center, een museum voor beeldende kunst waarvan ze ook in New York en Amsterdam hebben gehoord. En dan was er achter mij het Minnesota Orchestra, waar toentertijd de Nederlander Edo de Waart dirigeerde. Niet bepaald een slum, maar ik wist niet beter.

Nu zie ik waar ik al die andere Afro-Amerikanen had kunnen ­ontmoeten: in de Northside, ­Hawthorne, waar Afro-Amerikanen tot aan 1977 naartoe werden gedirigeerd, om er lekker onder elkaar te blijven. Ik ben er nooit geweest, het lag niet op de route en dat verbijstert me met terugwerkende kracht.

Er bestaat het cliché van de zuidelijke staten als Jim Crow-gebied, maar in dat noordelijke, welvarende Minneapolis konden ze er ook wat van. Denk niet aan openlijk racisme, mensen die schreeuwen en schelden. Denk wel aan het volgende: ik bezat in die tijd twee zaken die inmiddels niet meer bij me horen.

Een blonde, Nederlandse vriend, met wie ik daar samenwoonde; en kroeshaar, dat me mijn Afro-status bood. Die vriend van me is daar een jaar lang illegaal geweest en samen hebben we met onze Amerikaanse auto de zuidelijke Staten doorkruist. Hij is nooit aangehouden. Ik wel: als ik flessen wijn kocht bij de slijter, als ik ongeduldig een taxi probeerde aan te houden – maar als ik dan mijn universiteitspapieren liet zien, was alles oké.

Mij bevreemdde het enthousiasme van de andere bewoners van het appartementencomplex: wauw, wat waren die mensen blij met onze komst. Ik dacht nog: omdat we gay zijn – het was zo’n gebouw waar iedereen zijn best deed bi en macrobio te worden. Maar nu realiseer ik me dat ik de enige in het gebouw was die een beetje in de buurt van Afro kwam. Dat moet een ongekende ­bonus zijn geweest, een zelffelicitatie voor beleden tolerantie.

Ik denk dat de leuke, progressieve mensen, meest wit, die aan de meren wonen in het hart van de stad, heel weinig meekrijgen van het Afro-Amerikaanse leven in die stad. Segregatie werkt alsof het de natuurlijke orde der dingen is.

Het was een gotspe geweest als de wereld niet had gereageerd op de brute stoepmoord die op George Floyd werd gepleegd. Aanklacht: drunken while black.

En moest dat dan ook in Amsterdam? Ja, liever niet zo massaal en zo close, maar ja. Want de tijd dat de wereld niet wist wat er in haar voor- of achtertuin afspeelde is voorbij. Per jaar komen zo’n 250 Afro-Amerikanen om door politiegeweld (cijfers 2018).

Dat het niet ons voorland is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden