ColumnPeter Middendorp

Ik sloeg met mijn hoofd tegen een paal, maar no worrie, coach is cool

Ik heb altijd het idee gehad dat er een gymleraar of een jeugdtrainer aan mij verloren is gegaan, dus toen mijn dochter op hockey ging, was ik de eerste om me aan te melden als coach. Zaterdag was de eerste wedstrijd. Na drie minuten spelen, de eerste aanwijzingen waren al gegeven, struikelde ik achterwaarts een leeg doel in, dat langs de lijn stond opgesteld, verdween in het net en sloeg met mijn hoofd tegen een paal.

Wat deed dat doel daar? Wie had dat ding daar neergezet? Waarom? Ja, ik begreep het wel, de jongste jeugd speelt op kwartveldjes, wij op een half veld, maar djiezus. Ik was nog geen drie minuten coach en nu al lag ik half bewusteloos in een doel, de ‘kloenk’ van hoofd en paal was tot op de nabijgelegen velden van GRC waargenomen.

De kinderen in de verte speelden gewoon verder, die hadden niets gemerkt, maar het publiek van ouders en verzorgers reageerde geschrokken en bezorgd. Ging het? Ging het wel? Echt? Mijn schedel zong, op mijn voorhoofd groeide een tastbare herinnering aan mijn debuut, maar ik wilde me niet laten kennen en stak vanuit het net een geruststellende duim naar ze op. No worrie. Coach is cool.

Van een afstand moet het er ook bijzonder hebben uitgezien. Een groot, leeg veld, met alleen in de uiterste hoek een kluitje hockeymeisjes. Een volkomen lege ruimte, met in het midden een hockeydoel en verder niets. En daar loop ik in, en tegenaan, met een vaartje, ook dat nog. Dan lijkt het alsof je het expres hebt gedaan.

Ik krabbelde overeind en probeerde me te oriënteren. Hoeveel was het? Welke kant speelden we op? Ineens herinnerde ik me dat mijn vader alweer bijna zestig jaar geleden op precies hetzelfde sportcomplex, zij het een paar velden verderop, ook een bijdrage aan een sportclub had geleverd. Hij was net naar Groningen verhuisd, wilde nieuwe mensen leren kennen en schreef zich in bij voetbalclub GRC.

Bij de club was de vlag uitgegaan en gejuich uitgebroken omdat ze dachten dat mijn vaders jongere broer zich als nieuw lid had aangemeld, de libero van SC Erica, een speler die elke amateurclub wel kon gebruiken. Mijn vader werd met alle egards ontvangen en voor de eerstvolgende, belangrijke competitiewedstrijd meteen in het eerste elftal opgesteld.

Ik was nog niet geboren, toch voelt het alsof ik alles heb gezien en gehoord. Mijn vader in een sportbroekje, de oren dubbel onder het elastiek van zijn sportbril, die met hoge knieën over het veld rende, even argeloos als enthousiast. De dunne lippen van de staf, het stille verwerken van de gigantische vergissing. En de kreten, na tien minuten, de twee keer drie, in onze familie zo bekende lettergrepen: ‘Mi-dden-dorp! Wi-sse-len!’

Ach, mijn vader. Bij zijn leven heb ik me vaak vrolijk gemaakt over zijn sportieve avonturen, maar hij had zich op deze velden langer staande gehouden dan ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden