ColumnJean-Pierre Geelen

Ik schrok van de geestelijke leegte van de NSB-burgemeester in zijn dodencel

Mondkapjesmurw zocht ik naar grassprietjes in de zomerse nieuwswoestijn. Gelukkig: ‘Delftse studenten ontdekken teksten NSB’er in cel Oranjehotel’. Met technische hoogstandjes hadden de TU-studenten de weggeplamuurde inscripties van NSB’er Daniël de Blocq van Scheltinga op de muur van zijn Scheveningse dodencel tevoorschijn getoverd. De foute Wassenaarse burgemeester zat kort na de oorlog in cel 601, in afwachting van zijn vonnis, met de dood voor ogen.

Volgens historicus Bas von Benda-Beckmann, die vorig jaar een zeer lezenswaardig boek over het Oranjehotel publiceerde, legde de weggestucte tekst ‘de gelaagdheid van de geschiedenis’ bloot. Ik hoop dat hij die beeldspraak werkelijk zo woordspelig bedoelde.

Bij mij heerste teleurstelling. Die leegte van wat de laatste uiting had kunnen zijn van de foute burgemeester. Dan zit je je vermoedelijke doodvonnis af te wachten, je hebt kennelijk de onbedwingbare behoefte met een stokje een inscriptie in de muur achter te laten, en dan kom je niet verder dan een kalender en een beknopte weergave van Eisch (‘Dood’) en vonnis. Wat een deceptie.

‘Laatste woorden zijn voor idioten die niet genoeg gezegd hebben’, zei Karl Marx (zoals bekend sprak hij vloeiend Nederlands). Mooie laatste woorden, maar lariekoek. Een béétje autoriteit is op zijn dood voorbereid. Wie zijn hele leven een dominante rol heeft gespeeld in het wereldse gewoel, heeft in zijn finale de morele plicht iets diepzinnigs achter te laten, liefst een beetje origineel.

Ook daarom was de dood van terroristenleider Osama bin Laden – voorbereid op het martelaarschap – zo weinig heroïsch toen hij uitriep: ‘Doe het licht niet aan.’ Hij vergat dat de vuilniszakken ook nog naar buiten moesten.

Verpletterend alledaags was ook Winston Churchill. Volgens sommige bronnen zei hij: ‘Ik ben het allemaal zo beu.’ Andere houden het op: ‘Het is allemaal zo saai.’ Er gaan dagen voorbij waarop ik – blakend van levenslust – precies zulke historische woorden bezig.

Op je sterfbed de cabaretier uithangen is dodelijk. ‘Sterven is een ontzettend saaie en grijze affaire. Mijn advies is dat je er dan ook niets mee te maken moet hebben’, zei William Somerset Maugham op zijn eind. Zijn Britse humor was toen al zwaar onderkoeld.

Dan liever Heinrich Heine: ‘God zal me vergeven, dat is zijn beroep.’ Goeie binnenkomer aan de hemelpoort. Inspirerend was ook Steve Jobs. Toen hij in 2011 stierf aan pancreaskanker, zei hij enkel: ‘Oh wow. Oh wow. Oh wow.’ Alsof hij in het pretpark een nieuwe achtbaan testte. Je krijgt er bijna zin in.

Historicus Von Benda-Beckmann vond de NSB-tekst een ontdekking die smaakt naar meer. ‘Ik zou wel willen weten of een man als Mussert voor zijn executie nog uitingen van volharding heeft achtergelaten’, zei hij. Dat wil ik ook wel weten, maar over grootse woorden maak ik me geen illusies. ‘Ik heb gefaald’, zou gepast en historisch juist zijn geweest. Nu ging Jean-Paul Sartre daar later mee vandoor. Zelfs na je dood kun je nogmaals mislukken.

De NSB-burgemeester kreeg trouwens geen doodstraf, maar levenslang. Na een beschamende acht jaar werd hem al gratie verleend. In 1962 stierf hij roemloos in Duitsland. De herontdekking van zijn geestelijke leegte is meer eer dan hij verdient.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden