ColumnIbtihal Jadib

Ik scharrel deze stille dagen maar wat rond in afwachting van een sobere ramadan

Beeld Aisha Zeijpveld

Onze jaarlijkse kampeervakantie waarbij we met een lange sliert vrienden langs pittoreske Hollandse dorpjes en wateren fietsen, zou dit jaar tijdens de ramadan vallen. Ik piekerde al maanden hoe ik dat moest oplossen. De hele dag op een lege maag fietsen met kind en bagage achterop leek me geen optie. De vakantie afzeggen evenmin; het hele gebeuren is bij ons thuis uitgegroeid tot het hoogtepunt van het jaar. Onze kinderen hebben een pavlovreactie ontwikkeld waarbij alles wat rijmt op fietskamperen leidt tot uitzinnig gejuich. Ik zou ook juichen als iemand me de ganse dag in een stoeltje zou rondrijden, terwijl ik ijsjes en patat krijg aangereikt en m’n toet voor me wordt ingesmeerd tegen de zon om vervolgens na een avond vol kampvuur en marshmallows te mogen slapen op het lekkerste plekje in de tent die ik niet zelf heb opgezet. Nee, die vreugde wilden we niet afzeggen.

Inmiddels is het hele leven afgezegd en is de meivakantie slechts een langgerekte geeuw in deze lockdown-sluimertijd. De ramadanstilte kan er nu ook wel bij. Al was er bij m’n ouders thuis discussie want hoe zit dat eigenlijk met corona en vasten, is dat wel verantwoord? Bezorgd vroeg m’n vader of hij niet vatbaarder is voor griep als hij aan het vasten is. ‘Welnee’, zei m’n moeder, ‘vasten is juist goed voor je gezondheid, je zoekt gewoon een smoes om af te haken.’ Ondertussen poetste ze verbeten verder. Mijn moeder heeft tegenwoordig een in chloor gedrenkte handdoek bij de deur liggen om je schoenen te ontdoen van het ‘viroes’. Op mijn verbaasde blik verzuchtte m’n zusje: ‘Doe maar gewoon wat ze zegt, het heeft toch geen zin om er tegenin te gaan.’ Marokkaanse moeders zijn dól op chloor.

Een voordeel van ramadan in coronatijd is dat het dit jaar eindelijk een echt sobere maand wordt. De paradox van de ramadan waarbij mensen overdag vasten en elkaar ’s avonds trakteren op overdadige feestmaaltijden blijft ditmaal uit. Het is dit jaar hopeloos ongezellig, alsof je in je eentje Kerst moet vieren, maar levert wel een betere oefening op in nederigheid.

En dus scharrel ik deze stille dagen maar wat rond in en om het huis, waarbij een mens kennelijk vanzelf aan het tuinieren slaat. Normaal gil ik het uit bij ieder torretje of glibberige worm maar tegenwoordig kijk ik tevreden naar krioelend bodemleven en doe ik zelfs een poging nieuwe beestjes aan te trekken. Zo hang ik iedere ochtend met m’n neus boven een stuk ingezaaide grond waar straks, als het goed is, weelderige bloemen uit moeten verschijnen die bijen woest aantrekkelijk schijnen te vinden. Ondertussen hoop ik vurig dat ergens op de wereld een slimmerik hét vaccin ontwikkelt waardoor we die koude anderhalvemetermaatschappij eindelijk kunnen wegkieperen.

Maar hoe onaangenaam de stilte ook mag zijn, soms is zij onontkoombaar. Over een paar dagen herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Ik probeer ieder jaar rond deze tijd een oorlogsboek te lezen en had ditmaal genoeg tijd waardoor ik ben toegekomen aan In Dépôt van Philip Mechanicus. Zijn verslag van de maanden die hij doorbracht in Westerbork lijkt te zijn opgetekend alsof hij op anderhalve meter stond van alle ellende om hem heen. Juist die afstandelijke beschrijving maakt dat je niets anders kunt dan je in stilte afvragen wat het nog betekent om mens te zijn wanneer je dat in de ogen van een ander niet meer bent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden