ColumnAleid Truijens

Ik schaam mij voor al die zestigers die roepen dat jongeren verwende prinsjes zijn

Wat ben ik blij dat ik niet jong ben tijdens deze coronacrisis. Ik loop ietsje meer kans op een geniepig virus, maar zolang ik thuis zit, zoals toch al meestal, kabbelt mijn leven voort.

Je zal maar een twintiger zijn. Minstens twee maanden je vrienden amper zien. Niet naar cafés of festivals, geen college, behalve in pyjama voor een scherm. Niet meer op Tinder, niet meer zoenen, een ontluikende verliefdheid bloedt dood. Zelfs met vrienden een fles wijn drinken in het park komt je op een megaboete te staan.

Van de ene op de andere dag verlies je je bijbaantje, dus de helft van je inkomen. De torenhoge huur loopt door. En wat erger is: niemand vertelt je wanneer het ophoudt en óf het wel beter wordt. Om gek van te worden. Maar de premier zegt: anderhalve meter, wen er maar aan. En de minister van Onderwijs zegt: leen maar bij. Ik geloof dat minister Van Engelshoven nu nadenkt over het probleem. Net als bij het drama in de kunstwereld is er een ijsemmer nodig om haar wakker te krijgen.

Ik schaam mij voor al die zestigers (en ouder) die roepen dat jongeren verwend zijn, prinsen en prinsesjes die nooit ellende hebben meegemaakt. Jongeren leggen nu hun leven lam voor een ziekte die hunzelf niet treft, om te voorkomen dat hun ouders en grootouders voortijdig sterven. Die solidariteit is noodzakelijk en de meesten doen het zonder morren. Is het zo moeilijk om jongeren voor dat offer te bedanken?

Ik vind het opmerkelijk dat jongeren bij elke crisis – in mijn leven is het nu de derde – meer veerkracht en incasseringsvermogen tonen dan bij de vorige. In de recente economische crisis accepteerden de meesten dat ze na hun afstuderen lang moesten doorwerken in studentenbaantjes. 

Daarna ging het beter met werk, maar vaste contracten zaten er meestal niet in en ze sleepten een grote studieschuld mee. Ook in de onlangs nog bloeiende economie waren jongeren oververtegenwoordigd in slecht betaalde flexbanen en waren de betaalbare woningen op. Maar ze klaagden een stuk minder over hun leven dan de ‘protestgeneratie’ destijds deed.

De crisis van begin jaren tachtig herinner ik me met afgrijzen. Anders dan hun oudere broers en zussen kregen afgestudeerden geen werk. Ik vond na een tijdje rommelen een baan, maar de studenten aan wie ik lesgaf geloofden er niet in. Met boze koppen stampten ze rond op hun soldatenkisten, met een rat op hun schouder. 

De muziek was toonloos, de kapsels duivels, de kraakpanden goor. No future en die bom zou toch wel vallen. Velen bleven lang hangen in hun uitkering, die ruimhartig was. Natuurlijk kregen ze geen baan, en waarom zouden ze ook? Werkvolk was zelden gelukkig. Grimmig spoten ze de muren vol graffiti.

Voor die illusieloosheid ben ik bang. Deze jongeren kunnen best wat tegenslag hebben, en van slachtofferschap hebben ze een afkeer – zolang er licht kiert. Een corona-noodplan voor studenten is niet genoeg. Beleidsmakers moeten razendsnel bedenken hoe we voorkomen dat deze generatie opdraait voor gevolgen van de coronacrisis, de klimaatcrisis, de wankele pensioenen en de oplopende zorgkosten. 

De voordelen, bij wonen en werken, zouden eens een tijdje hún kant op moeten rollen. Zodat zij gewoon aan hun leven kunnen beginnen.

Aleid Truijens schrijft over onderwijs, opvoeden en opgroeien. Reageren? opinie@volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden