Column Nico Dijkshoorn

Ik protesteerde, alleen wist niemand waartegen. Ik ook niet

Aangemoedigd door de actievoerders vlak voor het Rijksmuseum in Amsterdam ben ik gisteren ook weer eens op straat gaan liggen. Had ik een jaartje of 54 niet meer gedaan. Het voelde prettig. Het is anders dan vallen. Dan lig je op een plek die je niet zelf hebt uitgekozen.

De laatste keer dat ik op straat viel was zes jaar geleden. Ik fietste door Leiden, wilde heel behendig een stukje afsteken, mijn voorwiel bleef achter de stoeprand hangen en daar lag ik tussen het winkelend publiek. Om mijn gebit te redden maakte ik een halve draai, ik deed iets wonderlijks met mijn beentjes, ik liet mijn stuur los en daarna rolde ik als een balletje tegen de gevel van een juwelier. Ik schreeuwde niet. Volwassen mensen liggen zwijgend op de grond. Al tijdens de val begint het schamen.

Het was zo een rare duikeling dat ik niet net kon doen alsof ik een contactlens zocht. Dit was voor de neutrale toeschouwer vrij duidelijk een hilarische val van een man op leeftijd. Ik voelde dat mijn knie openlag. Toch wreef ik niet. Ik lag enkele seconden precies zoals ik was gevallen. Benen wijd, de jas om mijn lichaam alsof ik hem twee knopen verkeerd had dichtgemaakt en - dat zag ik pas toen ik weer wilde gaan staan - twee hele aandoenlijke schaafplekjes op mijn handpalmen.

Een kinderverwonding. Ik keek naar mijn knie. Ik hoopte dat er een gaatje in mijn broek zat. Dan zouden de zoete herinneringen zich vanzelf aandienen. Ja, mensen, mijn moeder. Daar heb je haar weer. Ik, in mijn onderbroek, vlak naast haar. Ze naait een roze vilten beertje op de knie van mijn nieuwe kapotte spijkerbroek. Ik huil. ‘Niemand heeft een beertje op zijn knie.’ Ze houdt de broek vlak voor mij: ‘Kijk dan, als je het niet weet dat zie je het niet eens.’ Ik kijk. ‘Roze’, zeg ik. Mijn moeder keert zich om. ‘Voortaan voor je kijken als je een nieuwe broek aanhebt.’

Terug in Leiden. Ik op mijn rug. Tanja stond opeens naast me. ‘Wat doe jij nou?’ Een vrouw legde het haar uit. ‘Hij is gevallen. We dachten even dat hij de juwelier wilde binnenrijden. Is hij van u?’ Ja, ik was van Tanja en niet meer van mijn moeder. ‘Opstaan, ouwe. De film begint over vijf minuten.’

De weken daarna liet ik Tania het korstje op mijn knie zien. Ik was enthousiast. Het was lang geleden dat ik ergens niet aan mocht komen en nu zat er zo maar gratis en voor niets een jeugdherinnering op mijn been.

Maar goed, wat ik wilde zeggen, als 59-jarige man uit vrije wil midden op straat gaan liggen, dat is een totaal andere discipline. Ik lag op mijn rug, met mijn benen wijd en hield me vast aan een lantaarnpaal. Ik protesteerde, alleen wist niemand waartegen. Ik ook niet.

Voor andere laat instromende activisten: het is wel belangrijk dat je op een plek gaat liggen waar de mensen last van je hebben. Ik lag naast een fietspad. Soms zwaaide er iemand naar me. Ik zwaaide niet terug, want ik protesteerde.

Een kwartier heb ik daar gelegen. Toen er een hond naast me ging liggen, ben ik weer opgestaan. Thuis vertelde ik Tanja dat ik op straat had gelegen voor de kinderen in Mexico. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden