ColumnThomas van der Meer

Ik probeer mezelf niet kwalijk te nemen dat ik medicijnen voor mijn transitie aanschafte op Marktplaats

null Beeld
Thomas van der Meer

Het is bijna tien jaar geleden dat ik in transitie ging. Dat heette toen een geslachtsverandering, nu noem je het een geslachtsbevestigende behandeling. Die behandeling startte ik zelf, thuis, aan de keukentafel. Ik had de medicatie ingetikt op Google en die bleek gewoon te koop op Marktplaats. Eerst geloofde ik er niet eens echt in – het was een gel die ik elke dag op mijn buik moest smeren – maar, kijk eens aan: ik veranderde geleidelijk in een jongen.

Eigenlijk had ik liever niet verteld dat het zo is gegaan. Ten eerste omdat ik het inmiddels beschouw als het domste wat ik ooit heb gedaan. Het online bestellen van medicatie is niet voor niets illegaal: je weet niet zeker wat je koopt en het gebruik van medicatie, zonder arts die kan bepalen of het middel wel geschikt voor je is en in welke dosering, kan levensgevaarlijk zijn.

Ten tweede wilde ik anderen niet op ideeën brengen. Dat was een nogal aanmatigende gedachte, want anderen hebben mij niet nodig om op hetzelfde idee te komen. Een heleboel transgenders kopen medicatie online. Dat komt door de lange wachttijden voor transgenderzorg.

Toen ik me tien jaar geleden bij de genderpoli meldde, was er een wachtlijst van een half jaar tot een jaar. De coördinator van de poli legde me destijds uit hoe dat kwam. ‘We krijgen tegenwoordig wel honderd aanmeldingen per jaar’, zei hij. ‘Vroeger waren dat er maar een stuk of tien. Ik kende iedere patiënt bij naam.’

Die honderd aanmeldingen per jaar zijn er inmiddels duizend geworden, naar verluidt. De wachttijd is nu bijna tweeënhalf jaar.

Mijn buurman heeft iets tegen homo’s. Hij denkt dat de toename van het aantal landen waar homo’s mogen trouwen, bewijst dat er steeds meer homo’s zijn. Op dezelfde manier denken sommige mensen dat de toegenomen vraag naar transgenderzorg komt doordat er steeds meer transgenders zijn.

Anderen stellen dat er een toename is van mensen die denken dat ze transgender zijn, terwijl dat eigenlijk niet zo is. Dat zou vooral om kinderen en pubers gaan, die onzeker zijn over hun seksualiteit en worden beïnvloed door sociale media. Genderproblematiek is bekender dan vroeger, transgenders zijn zichtbaarder, lak hebben aan de heersende gendernormen is hot: het is nu veel makkelijker dan vroeger om op het idee te komen dat je transgender bent.

Het kan ook zo zijn dat duizend aanmeldingen per jaar eigenlijk niet zo veel is. Stel dat 0,1 procent van de Nederlandse bevolking transgenderzorg nodig heeft, dan heb je het al over ruim zeventienduizend mensen. Die melden zich natuurlijk niet allemaal tegelijk aan bij de poli, maar het kan niet anders dan dat er een inhaalslag plaatsvindt. De maatschappelijke aandacht voor gender en transgenders is de afgelopen vijftien jaar enorm toegenomen: mensen die vroeger geen hulp durfden te zoeken, doen dat nu wel.

Waarschijnlijk is het allebei waar: er zijn nu meer mensen die denken dat ze transgender zijn en zich daarin vergissen, én meer transgenders melden zich aan voor transgenderzorg. De vraag is: in welke verhouding? Sommige columnisten en transgenderactivisten beweren stellig het een of het ander, maar we weten het niet. Er wordt nu pas voor het eerst onderzoek naar gedaan.

Twee jaar geleden stelde D66 Kamervragen over transgenders die zelf aan de slag gaan met medicatie, naar aanleiding van een artikel in Trouw over dat onderwerp. In antwoord op een vraag over de wachttijden, zei de minister in gesprek te zijn met verschillende ziekenhuizen over het vergroten van de capaciteit voor transgenderzorg. De minister meldde opgewekt dat het Radboud UMC al was gestart met een centrum voor transgenderzorg.

Op de website van het Radboud lees ik: ‘In het Radboud UMC Expertisecentrum Geslacht & Gender is er een wachtlijst voor transgenderzorg. Dit betekent dat je op dit moment na verwijzing 110 tot 120 weken moet wachten voordat je je eerste intake hebt.’

Intussen probeer ik mezelf maar niet kwalijk te nemen dat ik tien jaar geleden zoiets doms deed: mijn transitie via Marktplaats. Ik was wanhopig en het is goed afgelopen.

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een psychiatrische kliniek. Hij schrijft om de week een wisselcolumn met Arie Elshout.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden