Columnmax pam

Ik ontving een stembiljet ter grootte van een tafellaken en dacht: hoe groter het biljet, hoe minder te kiezen

null Beeld -
Beeld -

Toen op het Journaal het bericht kwam dat mijn leeftijdscategorie aan de beurt was om gevaccineerd te worden, realiseerde ik mij dat het in een bureaucratische wereld soms nodig is je eigen lot in handen te nemen. Ik belde de GGD en kon zonder problemen een afspraak maken.

En zo fietste ik een week geleden naar de RAI om mijn eerste Pfizer-prik in ontvangst te nemen. Op zak had ik mijn gele vaccinatieboekje dat ik na lang zoeken had teruggevonden. Wie wat bewaart, heeft wat. Mijn laatste inenting dateerde van 1988, toen ik naar het inentingsstation van de KLM was gegaan, waar ik – volgens mijn boekje – tegen tyfus was ingespoten. Waar ging het toen heen? Brazilië, de Filipijnen, Costa Rica? Allemaal landen die mijn nieuwsgierigheid prikkelden, maar waar je nu zo gauw niet meer naartoe mag. Ook had ik stempels van cholera en gele koorts. Ik prees minister Hugo de Jonge en fietste door.

In de RAI was het keurig geregeld, dat moet gezegd, maar voor mijzelf volgde een ontnuchtering. Ik sloot aan bij een lange rij leeftijdgenoten, waarvan sommigen in een rolstoel zaten die door hun zoon of dochter werd voortgeduwd. Mij schoot een regel van de dichter Gerrit Achterberg te binnen: ‘De familie sterft van boven af en groeit van onderen weer aan’. De gedachte dat onze samenleving nog altijd wordt bestuurd door babyboomers, zoals overjarige adolescenten van het type Jort Kelder of Marianne Zwagerman schijnen te denken, werd daar wel gelogenstraft. We schuifelden verder, het dorre hout was on the move.

Even later werd ik geprikt door Hans, een gezellige man van in de vijftig. Het was voorbij voor ik het in de gaten had. Mijn gele boekje kreeg na 23 jaar weer een stempel: ‘Comirnaty Covid-19-mRNA-vaccin’. Trots fietste ik naar huis. Daar constateerde ik een blauwe plek en een licht gezwollen biceps, maar ik had mij in tijden niet zo goed gevoeld. Ik oefende intensief met gewichten, liet de loopband het achterste van mijn hielen zien, sprong opnieuw op de fiets, trapte drie maal de Bosbaan rond en dacht weer thuis aan het woord van James Joyce: ‘Het geweldige van masturbatie is de beschikbaarheid ervan!’ Alles functioneerde prima en opnieuw prees ik Hugo de Jonge.

Een paar dagen later fietste ik naar het stembureau dat eerder geopend was voor de kwetsbaren. Dat bleek het meest luxueuze stembureau te zijn dat ik ooit had bezocht, want het was niet in een afgetrapt schoolgebouw maar in het Hilton Hotel. Desondanks was het erg stil. Veel kwetsbaren hadden per brief gestemd, voor mij geen optie. Ik houd van eenvoud en op de tv had ik gezien dat het zelfs Jan Terlouw, die toch een touwtje uit een brievenbus kan hangen, niet was gelukt om zijn stembiljet geheel volgens de regels in de juiste enveloppe te stoppen.

In het Hilton ontving ik een stembiljet ter grootte van een tafellaken en mijn eerste gedachte was: hoe groter het biljet, hoe minder te kiezen. Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen had je de keuze uit twee kandidaten en was er juist veel te kiezen. Op mijn tafellaken stonden 37 partijen, die mij allemaal zo’n beetje hetzelfde leken, al waren er dit keer ook flink wat onzinpartijen bij die helemaal niet in aanmerking kwamen.

De partij die ik het liefst zou willen kiezen, had een totaal onaantrekkelijke lijsttrekker, terwijl de partij die ik altijd rechts had laten liggen juist weer de meest geschikte lijsttrekker had. De partij waar ik de laatste jaren steeds op had gestemd, omdat zij staatsrechtelijke vernieuwingen in haar vaandel droeg, zoals een referendum en een gekozen burgemeester, had al haar kroonjuwelen ingeleverd en pleit inmiddels voor een nieuw leiderschap, wat me grootspraak lijkt als je niet eens 25 zetels hebt. Met het potlood tussen de vingers dacht ik aan Houellebecq, die heeft gezegd dat ‘na corona alles hetzelfde wordt, alleen nog erger’. Tenslotte maakte ik een hokje rood, maar dat was niet het hokje van ‘Jezus leeft’, want die is zo dood als een pier.

Tot vandaag gaat de campagne door, dus in theorie zou ik spijt kunnen krijgen van mijn stem. Vroeger werd correspondentieschaak per brief gespeeld. Er is een geval van een schaker die de brief met zijn zet in de bus gooide en tegelijkertijd besefte dat hij een fout gemaakt. Hij is bij de brievenbus gaan wachten tot ’s nachts de postauto kwam, die hij vervolgens achtervolgde tot aan het postkantoor, waar hij de beambten zo gek heeft gekregen dat hij tussen de duizenden brieven mocht zoeken naar de zijne. Dat ga ik niet doen. Je mag je lot in eigen hand nemen, maar er zijn grenzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden