Column Sarah Sluimer

Ik omarm de weldadige ontspanning die ons na jarenlange stadspaniek ten deel valt

Sinds een paar weken woon ik in een echt huis. Van een etage in de Jordaan hebben we in een kleinere stad een jarendertigwoning betrokken, met werkkamer en talloze verstopplekken. Poezen en peuter rauzen trappen op en af, wij zitten in de tuin en zeggen dingen als ‘Hè hè’, ‘Wil jij nog koffie?’ en ‘Waar is de vuilnispas?’. Iedereen moet een beetje wennen, maar niemand eigenlijk écht. De cadeautjes die het middenklassegezin in suburbia krijgt worden in goede genade ontvangen. De climate control in de leaseauto, de ruim bemeten gangpaden in de supermarkt, de zoemende ventilatie in de gloednieuwe badkamer: ik omarm de weldadige ontspanning die ons na jarenlange stadspaniek ten deel valt. Maar wat me echt verrast: ik krijg mijn kindertijd weer terug.

Ik ben, net als mijn leeftijdgenoten, lang in mijn jongere jaren blijven hangen, in de hoop op troost en vergetelheid. Ik herbekeek weleens aangeschoten met vrienden afleveringen van De droomshow of durfde enge post niet te openen. Sterker nog: ik gedroeg me soms ronduit infantiel, wat iets anders is dan het kind in jezelf terugvinden. Ik ben niet de enige. Genoeg millennials die nog steeds elk weekeinde bij hun ouders doorbrengen, bij alle levensbeslissingen wikken en wegen tot hun kans verkeken is of simpelweg heel lang doodsbang zijn ooit zelf kinderen voort te brengen.

Angst wordt vermomd als vrijheidsdrang, een rommelig leven als rebellie.

En daar ben ik dus aan ontsnapt, zo prakkiseer ik tegenwoordig aan mijn truttige eettafel, met mijn zelfgenoegzaam groeiende grasmat, mijn trotse zwangere buik en mijn art-decolampjes. Dan heb ik het toch goed bekeken in vergelijking met de tobbers, de twijfelaars, de weigeraars die met grijze gezichten na een dag werken een eenpersoonsmaaltijd uit een krappe koelcel vissen, terwijl een narrige grachtengordelbejaarde met haar winkelmandje tegen hun schenen duwt.

Maar echt, ik mis het voortdurende verdriet van de zoekende dertiger in de stad niet. Tegen het geluid van klossende kaplaarzen in de gang, het kletteren van hagelslag op je bord of de geur van de aarde na het sproeien met de tuinslang kan geen nostalgia-avondje met Toni Braxtonnummers op. Nu pas, na zestien jaar met mijn hoofd voorover in de reuring te zijn gedoken, vind ik vergeten stukken van mijn fundament terug. Ik bouw met mijn peuter een tent op zolder. Ik lees Asterixstrips en sla met vieze buitennagels de bladzijden om. Niets is een ironische performance, nergens wacht de onverbiddelijke leegte.

Ik ben tegenwoordig groot en klein tegelijk. Degene die bepaalt hoe laat er gegeten wordt èn degene die schelpen verzamelt op het nabije strand. Misschien is dit geen leven voor degenen die vurig verlangen naar het eeuwige onthechte, maar voor de meesten onder ons is het een oplossing, een zacht wiegen, een kans op concentratie en verdwijnen.

Als ik er maar bij mocht roken, dat zou pas echt geweldig zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden