Eva Hoeke

Ik nam, geheel tegen mijn voornemens in, ineens het besluit mijn veertigste verjaardag alsnog te vieren

valentina vos

Op 2 februari word ik veertig, Maria Lichtmis, veertig dagen na kerst. Met een beetje goede wil zit ik nu op de helft. Mijn schoonmoeder is 87, het kán. Mijn vader werd 60, dat kan natuurlijk ook. Belangrijker: was ik tevreden tot nu toe?

Ik stelde me deze vraag na een korte nacht waarin ik woedend wakker had gelegen, worstelend, knarsetandend, snedige antwoorden formulerend op een draaikolk van een ruzie die ik niet hebben wil met iemand die ik niet missen kan – maar hij mij wel. Een week eerder was hij getrouwd en ik niet uitgenodigd, de mensen die er wél bij waren hadden zich niet aan de kwestie gebrand. ‘s Nachts, in het donker, op dat godverlaten uur met het zweet op mijn rug en rondtollend in mijn eigen onvermogen vroeg ik me af of dat uit wijsheid, lafheid of simpelweg onverschilligheid was, het antwoord wisselde per minuut, en tegelijkertijd wist ik dat het ook helemaal niet meer uitmaakte. Verzoeningspogingen waren uitgedraaid op genadeloze discussies, dat wat we deelden was er al niet meer, en het enige wat overbleef was de vraag hoe lang deze impasse nog ging duren. Levenslang leek me iets voor anderen, voor televisieprogramma’s, voor simpele zielen met bespottelijke vetes die elkaar niet groeten op straat, dat hoorde niet bij mij, maar de tijd hield me intussen een andere spiegel voor.

Terwijl ik lag te luisteren naar het zachte ademen van de hulplijn naast me twijfelde of ik hem wakker zou maken, maar in plaats daarvan drukte ik oordoppen in mijn oren en probeerde ik de spieren in mijn gezicht te ontspannen, steeds dieper, meer, nog meer, net zolang totdat er niets meer trok of fronste. Een week eerder had mijn tandarts gezegd dat ik mijn tanden nogal stevig op elkaar zet, letterlijk. “Moet je voelen,” zei hij terwijl hij mijn kaak aanraakte. “Eén bonk spieren.” Ik had grapjes gemaakt over Arnold Schwarzenegger en de assistent had gezegd dat het vaak onbewust ging en dat het belangrijk was om te ontspannen, maar zij was daar en ik was hier, en nog voor ik die gedachte voorbij was lag ik alwéér op mijn tanden te bijten.

Veertig. Nog veertig te gaan, misschien meer, hoogstwaarschijnlijk minder. Misschien was ik daar wel vooral boos om, om het in kracht toenemende besef dat het prima was om ruzie te maken, maar hoe onnozel het was om kwaad te blíjven, in dat kleine tijdje dat ons is bemeten.

Ik woelde. Nam een aspirientje. En tegen de ochtend nam ik, geheel tegen mijn voornemens in, ineens het besluit mijn veertigste alsnog te vieren. Eerdere jaren had ik me er met een jantje-van-leiden van afgemaakt, in de weg gezeten door de bekende beren op de weg – waar dan, wie dan, hoe dan, laat maar – maar nu ging het gebeuren, ik zág het gebeuren. Het af en aan geloop van vrienden en familie, het geflonker van glazen, de warme geur van taart, koffie en parfum, de koperblazers van De Dijk die door de kamer schalden, gillende kinderen die zich verstopten achter gordijnen en stukken taart die verdwenen in zelfgebouwde tenten, het zonlicht door de ruiten, de platgetrapte rozijnen, zoete halzen, fris geschoren wangen, een pluk vrienden in de keuken, kratten bier in de tuin, de lach van mijn moeder, de Man aan mijn zij, mijn vader in de hemel en ik die er rinkelend van de armbanden tussendoor zwierde, het hele lange leven teruggebracht naar één korte roes, voor heel eventjes te vrolijk om me druk te maken om die ene lege stoel in de kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden