ColumnEva Hoeke

Ik nam een besluit: ik begon weer met lezen, met de kaarsen aan en mijn telefoon uit

null Beeld

Er was niemand in de keuken.

Man naar de trein, kinderen naar de crèche.

Ik veegde de kruimels onder de stoel van de jongste vandaan en terwijl het apparaat sissend en pruttelend koffie spuwde keek ik een tijdje naar buiten, waar de klinkers van het schoolplein glinsterden van de regen. Ik dacht aan de geur van uitwasemende regenpakken in lange gangen met vloeren van linoleum, en was weer even terug in mijn eigen klas van dertig jaar geleden. Dat fijne moment op vrijdagmiddag, wanneer we mochten lezen, in je eentje, aan je tafeltje. Juniper en Heksenkind, De Kleine Kapitein of Kruistocht in Spijkerbroek, en jij met je kin in je lievelingstrui en je buik tegen het laatje waar ook je fluorescerend roze etui en het luciferdoosje met gespaarde inktballetjes in zat. Wanneer het regende was het compleet, de vertrouwde achtergrondruis kreeg zelfs de druktemakers zover dat ze stilletjes voor zich uit staarden. Na de zomer zou mijn Dochter (3) voor het eerst naar school gaan, ik kon niet wachten tot zij hetzelfde fijne verdwalen zou ervaren.

Zelf was ik het lezen allang geleden verleerd.

Ik las voornamelijk functioneel, gericht op nieuws, op kennis, op bijblijven. Ik liep naar de krant die op de ontbijttafel lag en zag waar ik die ochtend was gebleven.

Pagina twee.

Veel verder kwam ik niet, ’s ochtends, met twee kleine kinderen en een drukke man aan tafel. Tussen het nieuws over Rutte en Europa smeerde ik boterhammen met pindakaas, net wanneer ik aan een column begon was er altijd een die plassen moest, ineens, acuut, en meteen daarna vulde de dag zich met werk, boodschappen, koken, wassen en al die andere dingen die het leven klein houden. ’s Avonds belandde de krant soms bovenop de anderen, naast de Quest en de LINDA die ik óók nog lezen moest. Wanneer dan de tv aan ging vroeg ik me in bed soms af waar ik nou eigenlijk de hele avond naar had zitten kijken.

Het ergerde me, al die tijd die ik verbeuzelde. Waar waren de boeken gebleven in deze levensfase? De ervaringen van de ander, waarvan je zo mooi kon profiteren zolang je zelf de tijd niet had? Wat was de laatste keer dat ik onder een afspraak uit konkelefoezde omdat ik nog maar 50 pagina’s moest van een verhaal dat ik niet wegleggen kon? Ergens in de laatste drie jaar was overdag lezen als spijbelen gaan voelen. Tijd was kostbaar geworden, sinds de kinderen, er was altijd wel wat en van met een boek op de bank en de luiken dicht kon je een hoop zeggen, maar niet dat het efficiënt was.

Maar jammer was het wel.

En dus nam ik een besluit, drie maanden geleden. Ik begon gewoon weer. Elke avond, tussen acht en tien, ongestoord, met de kaarsen aan en mijn telefoon uit. In het hoekje van de bank begon ik met Facade en rende ik door Rinkeldekinkel, ik gniffelde bij Moeders Lichaam en huiverde bij Vallen is als vliegen. Hoe meer ik las hoe fijner het was - en toen moest ‘t Hooge Nest nog komen. Het verzetsverhaal van de joodse zussen Brillenslijper bleek zo vitaal en relevant dat het voelde alsof ik een gat in de muur had gevonden, plots toegang had gekregen tot een parallel universum, zelfs de krant las ik met ineens met andere ogen. En weer die gedachte: wat had ik al die tijd gedaan?

De koffie was op, ik keek naar het kakelverse boek dat voor me lag.

Nog tien taken tot acht uur – nu maar hopen dat het zou blijven regenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden