Column Nico Dijkshoorn

Ik mis Prince, de man die in één zin een roman kon schrijven

Ik mis Prince. Alles was zo overzichtelijk toen hij er nog was. Hetzelfde geldt voor Herman Brood. Ik mis hem. Op een of andere manier was het een geruststellende gedachte dat, terwijl mijn leven steeds maar marginaler werd, Prince en Herman Brood ergens op dezelfde planeet lekker aan het klootzakken waren. Dat bewonder ik het meest in Prince en Herman Brood, dat ze konden klootzakken als geen ander.

Toen ze allebei nog leefden, viel er veel te gissen. Wat deden zij, terwijl ik aan een sok stond te ruiken om te kijken of het nog een dagje kon? Als ik de achterkant van een verpakking stond te lezen, zat Prince zijn haar te verven of hij probeerde een nieuwe gitaar, eentje in de vorm van een venusheuvel. Het idee alleen al maakte mijn gekabbel dragelijker.

Eerlijk is eerlijk: ik mis Prince meer dan Herman. Dat komt doordat er van Herman zoveel beeldmateriaal bestaat. Herman in de trein, Herman glijdt van een trapleuning in het Concertgebouw, Herman schildert iets op straat met een kaketoe op zijn rug. Wat niet is gefilmd, staat bijna zeker in de magistrale reeks boeken die Bart Chabot over Brood schreef. De beste biografie ooit. Mondiaal.

Prince, daar weet ik niets van en dat wil ik graag zo houden. Hij is nog helemaal van mij. Ik negeer de muziek die na zijn dood in de winkels ligt. Als het goed genoeg was, zou hij het zelf wel hebben uitgebracht. Ik denk zomaar dat Prince nooit een plaat zou hebben uitgegeven met een uurtje gezoek op zijn piano of een gemakkelijke verzameling van liedjes die ooit door andere artiesten zijn gespeeld.

Ik mis de grandioze mislukkingen van Prince. Hoe hij jarenlang wanhopig hiphop in zijn muziek probeerde te proppen en dat het steeds klonk als Opa Bezemer die met verkalkte vingers net zo gitaar probeert te spelen als Kurt Cobain. Hiphop maakte van Prince een stokoude man.

Als ik aan Prince denk, dan is het 1982. Ik loop door de Haarlemmerstraat in Amsterdam en ik heb net Prince zijn nieuwe plaat 1999 gekocht. Geen idee wat voor muziek er op staat. Ik houd het niet meer. Mijn vriend Jos woont in de buurt. Hij schrikt als hij mij de trap op ziet komen. Er is toch niemand dood?

Nee er leeft juist iemand. Heel hard, aan de andere kant van de aarde. Ik leg de lp op Jos zijn draaitafel. Gekras en nog niet weten wat er komt. Ik hoor iemand zeggen: ‘Don’t worry, I won’t hurt you.’ Ik maak me wel zorgen. Ik hoor een logge vervelende funkdreun met het woord ‘Oops’ er in.

Ik til de naald naar het tweede liedje, Little Red Corvette. Prince vertelt dat hij meteen al wist, door de manier waarop zij haar auto parkeerde, dat hij weer eens een verloren liefde in dook. Direct is er beeld. Prince voor het raam, zijn nieuwe vriendin parkeert een auto midden op het trottoir. Netjes in een vak is meer iets voor kale lulletjes. Prince drukt zijn wang tegen het raam, kijkt en wacht tot de bel gaat. Hij kijkt om zich heen. Als ze aanbelt, zal hij dan zijn rode lakschoenen aandoen of die nieuwe witte laarzen tot aan zijn dijen?

Die Prince mis ik. De man die in één zin een roman kon schrijven. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden