Column Arthur van Amerongen

Ik leef maar één keer, dus dompel ik mij onder in een kolkende poel van verderf

Arthur van Amerongen.

Van Amerongen plonst een poel van verderf in. In afwachting van ‘de grote golf’.

Ik zag laatst op YouTube een Spaanse documentaire, getiteld La gran ola (De grote golf). Daarin verklappen gewichtige wetenschappers onomwonden dat de Algarve ieder moment door een tsunami kan worden opgeslokt. Die zondvloed verzwelgt ook de Andalusische kust, maar dat is niet relevant voor mijn cursiefje.

Er gaan tienduizenden doden vallen, net als in 1755, toen een aardbeving Lissabon van de kaart veegde. De schokgolven sloopten toen op de koop toe vrijwel geheel de Algarve.

Het Ilha de Faro gaat er ditmaal als eerste aan. Dat is jammer, want op het pittoreske eiland dat tegen de luchthaven aanschurkt, is het vooral ’s winters goed toeven. De ouderwetse zeevilla’s en houten strandhuizen zijn dan voor een habbekrats te huur.

Zes jaar geleden waren mijn teven en ik er bijna gaan wonen want de meissies behoeven veel leefruimte. Met de huurbazin van een droomhuis aan het strand sprak ik af in Nau Catrineta, een vunzige, knusse jutterskroeg. Oma was allang blij dat ik geen student van de universiteit van Faro was want ‘die dronken zo veel en gebruikten drugs’.

Ze was doodsbang voor a grande onda, de grote golf, en woonde daarom op de hoogste heuvel van Faro. Enfin, precies op het moment dat ik het gunstige huurcontract ging tekenen, ontdekte mijn roedel honden de kroegkater en werd Nau Catrineta gesloopt. De uitbater was familie van het besje, dus einde oefening.

Ik kom bijna dagelijks in Faro, een aangename mengelmoes van Rijeka, Split en een toefje Tel Aviv begin jaren tachtig maar dan zonder de neuroses en de geilheid. Voor nutteloze weetjes over het stadje verwijs ik u naar de free walking tour (vragen naar Carlos) want ik ben geen reisbureau.

Het bestaansrecht van Faro, los van de luchthaven, is het grootste motorfestival van Europa dat iedere zomer plaatsvindt. Een walhalla voor kerels die houden van strippers, speenvarken, høken, brekken, angoan, zoepen en een hoop kabaal. Trekt u wel even een latexjasje over de pielemuis als u de strippers beter leert kennen en pas ook op met de aanschaf van Colombiaans marcheerpoeder, want voor u het weet snuift u gestampte tl-buis.

Ik heb geen brommer, maar het motto van het ­oerend harde feest zou ik desondanks zo boven mijn trampstamp, ook wel aarsgewei genoemd, ­kunnen laten tatoeëren: live to ride, ride to live.

Ik leef maar één keer, dus dompel ik mij tussen 19 en 22 juli onder in die kolkende poel van verderf.

Zul je net zien dat precies dan de voorspelde ­zondvloed losbarst. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.