columndoof!

Ik kreeg onder uit de zak van de grootste schrijver van Nederland

null Beeld Douwe Dijkstra
Beeld Douwe Dijkstra

Auteur en scenarist Manon Spierenburg over hoe het steeds stiller wordt om haar heen.

Er werd een pakketje bij mij thuis bezorgd van de grootste schrijver van Nederland, met daarin een voorproef van zijn nieuwste roman en een lief briefje in vulpenletters met complimenten over mijn Doof!-stukjes. Behalve dat ik blij verrast was, schoot ik ook meteen in een writer’s block, want zodra er een bekend gezicht in het publiek wordt herkend, krijgt men de aanstellerige neiging tot mooischrijverij.

Ik dacht terug aan de avond dat ik hem ontmoette. Het was in een Amsterdams schrijverscafé op het Spui waar mijn uitgever en ik die vrijdagavond waren beland. Ze stelde hem aan me voor en ging zelf vervolgens bier halen. Wij bleven achter in stilte. Ik omdat ik toen al behoorlijk doof was, hoewel ik dat nog niet wist. Hij omdat hij het aan zijn stand verplicht was.

De stilte werd ongemakkelijk, totdat hij hoffelijk het protocol doorbrak en de openingszin leverde. Opgelucht zei ik iets terug. Ik had hem blijkbaar verkeerd verstaan, want mijn antwoord viel niet in goede aarde. Sterker nog, hij werd woedend.

Nu is hij niet alleen de grootste schrijver vanwege zijn literaire begaafdheid, maar ook door zijn postuur, dus dat was nogal intimiderend. Omdat je doofheid niet kunt zien, begreep hij niet dat ik het gewoon niet goed gehoord had. Hoe kon hij dat ook weten, ik had het toen zelf nog niet eens door. Van de zenuwen stamelde ik op de gok nog maar een paar ongerijmde dingen, in een poging de eerste blunder te herstellen. Dat hielp niet. Ik kreeg onder uit de zak en voelde tot mijn afgrijzen zelfs tranen opwellen. Tactvol gezegd leek het niet direct op een scène aan de Algonquin Round Table.

Net toen ik had besloten dat de enige manier om mijn waardigheid, of tenminste de trieste resten daarvan, te redden door een sprintje te trekken in de richting van de deur, kwam mijn uitgever terug. Ze hield drie bier tussen twee handen geklemd en keek verbaasd naar de ravage die ik had weten aan te richten in de korte tijd dat ze me alleen had gelaten.

Zoals het een doorgewinterde uitgever betaamt, bracht ze haar auteurs met een paar welgekozen woorden weer net zo snel tot bedaren als een van die auteurs even daarvoor een rel had ontketend. We waren allemaal van goede wil en werden het er dus snel over eens dat er sprake was van een misverstand, hoewel zowel de grootste schrijver als ikzelf niet precies begrepen waar hem dat dan in zat. Daarna haalde het bier overal de scherpe kantjes vanaf en kon de avond beginnen. Hij en ik zijn na deze heetgebakerde start zelfs goede vrienden geworden.

Maar wat er toen op die bewuste avond allemaal is gezegd: ik mag doodvallen als ik het weet.

Dit was de laatste aflevering van deze rubriek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden