Column Aaf Brandt Corstius

Ik koop Jamie Oliver en Yotam Ottolenghi vooral omdat het gespreksstof oplevert

Er zijn maar twee kookboekenschrijvers in wie ik geloof, en dat zijn Jamie Oliver en Yotam Ottolenghi. Daarmee onderscheid ik me niet van de kookboekkopende massa, dat begrijp ik, maar hé: die kookboekkopende massa is niet voor niets een massa.

Paul Bocuse en andere oude beroemde chefs zijn ook vast heel goed, maar ik kan niets met foto’s van oranje ovenschotels waar een halve kippenpoot uitsteekt, gegarneerd met te lange kruidentakken, met ernaast een gehele pot augurken die in een massief blok gelei is gevat. Ik krijg daar het tegenovergestelde van honger van. Dus ik voeg me bij de massa. En die wil Jamie en Yotam. En dan is Yotam nog beter, want Yotam levert gespreksstof op.

Ik wil er best veel geld om verwedden dat u straks aanzit bij een kerstdiner waar iemand iets met een groente en een granaatappelpit heeft gedaan, die dan trots uitroept: ‘Lekker hè? Ottolenghi!’ Daarna volgt altijd de constatering ‘Je mist het vlees helemaal niet!’ en dan een lang relaas over alle toko’s en ondergrondse winkeltjes die bezocht moesten worden om de ingrediënten te bemachtigen, want wie Ottolenghi zegt, zegt lange lijst met winkeltjes die bezocht moeten worden om ingrediënten te bemachtigen.

Dit inmiddels vaste stramien doet me denken aan mijn oma, die, als ze ons vroeger een verjaardagscadeau gaf, er vervolgens goed voor ging zitten om te vertellen hoe ingewikkeld het was geweest om dat cadeau te vinden. Het opsporen van al die ingrediënten is een conversation starter en dat is belangrijk, want je kunt wel heel veel granaatappelpitten eten op een avond, maar je moet er ook een beetje bij práten.

Ik at laatst bij een vriendin die niet een of twee, maar vijf verschillende Ottolenghi-hoofdgerechten tegelijk op tafel zette. Ze was daar ongetwijfeld drie weken mee bezig geweest, plus zeven weken ingrediënten zoeken want ze woont in een klein stadje, dus we hadden met het hele gezelschap anderhalf uur conversatiemateriaal.

Omdat ik dol ben op Yotam Ottolenghi, beluisterde ik een Desert Island Discs-podcast met hem. Dat is een BBC-programma over de cd’s die de geïnterviewde zou meenemen naar een onbewoond eiland, mocht iemand op een onbewoond eiland terechtkomen en mocht daar een cd-speler staan. Je mag ook altijd één luxe-item meenemen, en Yotam koos voor een citroen. Door de jaren heen is hij het meest gaan houden van de citroen, vertelde hij. Want met citroen kun je alles, hij geeft veel smaak, je kunt hem pekelen, geloof ik – nou ja, zoiets, er ging volgens Yotam in elk geval een wereld voor je open als je een paar citroenen had.

Dit is misschien een leuke om te onthouden als je het zoveelste feestdiner-Yotam-Ottolenghigesprek aan het voeren bent. Gooi eens op dat hij zelf het meest van citroenen houdt. Kun je weer uren doorconverseren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden