Column Chris Oostdam

Ik kan wel anders willen, maar ook in Gambia word ik geconfronteerd met mijn toegenomen beperkingen en afgenomen energie

Chris Oostdam, illustratie Nouchka Huijg

Chris Oostdam (63), rechter in Assen, schrijft elke eerste woensdag van de maand over haar leven sinds ze terminaal longkankerpatiënt is.

Afgelopen maand zijn we op vakantie geweest. Sinds ik niet meer ski, nu zo’n jaar of vijftien, gaan we in de winter graag twee weken naar de zon. De laatste jaren was dat vaak naar Egypte; fijn, pretentieloos genieten van lekker weer, luieren, lezen, zwemmen en af en toe snorkelen in de Rode Zee. Niks cultureels, al hebben we in Egypte, op de piramiden na, alles al wel eens gezien. Maar nu vind ik Egypte te gewoontjes, al te vaak geweest. Ik wil nieuw, onbekend, spannend, avontuur! Nu kan het nog.

Het wordt Gambia, ‘The Smiling Coast of Africa’. Acceptabele vliegafstand, subtropisch, fijn hotel, ik heb er zin in. En het weer is fantastisch, de mensen superaardig, het is leuk dat er behalve katten ook aapjes en leguanen op het terrein rondlopen, dat er grote gieren rondvliegen en nog veel meer vogels waarvan ik de naam niet weet. Er zijn leuke restaurants waar je heerlijk kunt eten en de e-reader heeft keuze zat aan fijne boeken.

Maar spannender dan een paar dagen voedselvergiftiging wordt het niet. Want ik kan wel anders willen, maar ook in Gambia word ik geconfronteerd met mijn toegenomen beperkingen en afgenomen energie. Een excursie naar het binnenland, om wat meer van het land te zien dan alleen het toeristische centrum van Kololi, zit er gewoon niet meer in. Een hele dag hobbelen in een 4x4 safaritruck, over slechte wegen, trek ik niet. Dat moet ik mezelf niet aandoen. Maar het voelt niet fijn. Het voelt of ik definitief ben toegetreden tot het bejaarde volksdeel dat ’s ochtends eerst een strandstoel reserveert door er een handdoek op te leggen en niet verder komt dan ontbijtzaal, strandstoel, restaurant en weer terug naar de hotelkamer. Het duurt een paar dagen tot ik me erbij heb neergelegd. Het is niet anders. Dan pas kan ik echt genieten van het weer, de mensen, de omgeving.

Die wens van ons om niet al te ver weg te willen, komt minder voort uit milieubewustzijn dan uit het feit dat Ronald met zijn lange benen een vreselijke hekel heeft aan vliegen. We zullen niet gauw twee keer achttien uur in een vliegtuig gaan zitten voor een weekje zon. Maar toch is het ietwat verbijsterend om op de heenweg de piloot een pleidooi te horen houden over de milieuvriendelijkheid van vliegen. Want, zo legt hij uit, als je het omrekent per passagier, verbruikt zo’n vliegtuig maar 1 liter op 47 kilometer. Er is geen ander vervoermiddel dat zo zuinig is! En er komen nieuwe vliegtuigen aan die nóg zuiniger zijn. Dus, beste passagiers, geniet van uw vakantie en laat u toch vooral geen schuldgevoel aanpraten door die zure klimaatlobbyisten.

Ik ben tamelijk milieubewust  we doen aan afvalscheiding, hebben zonnepanelen,  eten niet elke dag vlees – maar ik ben geen fanaat en ik heb geen last van vliegschaamte. Maar hier heb ik niet van terug. Want 1 op 47 klinkt wel aardig, maar als je het even doorrekent, gaat het toch over zo’n 55 liter kerosine per minuut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.