Column Peter Buwalda

Ik kan niet anders zeggen: iedere hit op zo’n zoemende, stekende scheppingsfout levert een ronduit sadistisch genoegen op

Het boeddhisme is ver te zoeken.

In de rij van de Albert Heijn haal ik graag de piramide van Maslow erbij, het bouwwerkje van menselijke geluk waarin ik mezelf nauwelijks herken, een deugdelijke piramide heeft een bruine piek waarin pinda’s zijn verwerkt – waarna ik een Snickers op de band leg. Belangrijker lijkt me dat de basis in orde is, en daar rammelt het bij Maslow. Ik mis een zeer brede, helemaal lege, witgesausde ­extra-verdieping, lager nog dan de bed-, bad- en brood-regeling, te weten: een slaapkamer zonder muggen. 

Ze moeten kapot. Het spijt me voor de twee boeddhisten in de helaas laatste reeks van Kijken in de ziel, die ik heb horen verklaren dat ze proberen om geen muggen te doden. Ik probeer het tegenover-­gestelde. De aanhoudende droogte schijnt nadelig te zijn voor de natuur, maar muggen lachen erom. Rond de woonstee is sprake van een plaag. Ik hou erg van plagen, meisjes plagen zoentjes vragen is zelfs een hobby, maar ik moet mijn tweede roman afwriten – de planning vereist inmiddels zestien uur per dag, wat erop kan wijzen dat ik acht jaar geleden te laat ben begonnen – note to self  heet dat in zelfhulpland. 

De resterende uurtjes breng ik daarom graag ­horizontaal door, liefst ín bed, in plaats van kwijlend en prevelend erbovenop, op jacht naar zo’n zoemende, stekende scheppingsfout. In casu laat ik mijn broer Mike aan het woord, ‘hun ­manier van vliegen’, appte hij me gisterennacht toen we de specie in al zijn terneerdrukkendheid evalueerden, ‘de schaduw die ze werpen als je ze opjaagt met een lamp, het geluid, hun vorm. Alles is kut aan ze.’ Ik kan zijn antimuggitisme plaatsen, ik was erbij toen Mike er op de camping in het Zwarte Woud een punthoofd van kreeg, letterlijk, maar ook figuurlijk, qua punt – hij was 4 jaar oud, en de hele nacht gestoken door, let wel, Duitse muggen, ergo: Messerschmitts, steeds op dezelfde plek duikvluchten op zijn voorhoofdje, dat veranderd was in de knalrode jeukende piramide van Azaron. (Zalf.) 

Troost je, zonder punthoofd haat ik ze ook. Het gaat diep. Alles wat muggen smerig vinden, vind ik héérlijk, zoals N,N-Diethyl-3-Methylbenzamide, in de betere parfumerie te koop als DEET. Ik moest toch nog een geurtje, en ook Jet mag het spul achter d’r oortjes spuiten – graag zelfs. Zo beginnen we aan de nacht, oordoppen in, ramen potdicht – voor horren is het te laat, tijdens het zetten zullen er honderden gratis naar binnenvliegen, Woodstock, it’s a free festival, mooi niet fuckers, dan maar geen frisse lucht – en ik die tot diep in de nacht Egyptische kunst van die kankerlijers probeer te maken, dat is nog wel ­lekker, zo’n drone met een boek naar de tweedimensionale wereld helpen, baf, splut, stél je niet aan, het is óns bloed – iedere hit levert een ronduit sadistisch ­g­enoegen op, ik kan niet anders zeggen. 

Daarom voer ik de executies uit in stijl, met op de vlakke hand Het sadistisch universum van Willem ­Frederik Hermans, de opstellenbundel die opent met een geweldig stuk over de Markies De Sade, die de natuur opdeelde in slachters en slachtoffers. De achterkant van het boek hou ik naar boven, het ­priemende oog van Hermans naar het plafond, ­zodat het zijn blik is die doodt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.