In 150 woordenPaulien Cornelisse

Ik kan mij de ruzie bij de schouwburg al voorstellen

Een avond op het  Amsterdamse Leidseplein. Bovenaan het Hirschgebouw werden vallende sneeuwvlokken geprojecteerd, best mooi eigenlijk. Even later verscheen het hoofd van David Bowie en bleek het een reclame voor de voorstelling Lazarus in het nabijgelegen DeLaMar Theater te zijn.

Ik begreep niet goed waar de beamer dan stond, dus liep ik een rondje. Toen werd duidelijk dat er geprojecteerd werd vanuit de Stadsschouwburg, ik zou zeggen: vanuit de concurrentie. Ik stelde me de ruzies in de schouwburg voor: ‘Wie heeft dit goedgekeurd! Nu komt er dus niemand meer naar De Kersentuin! Of mogen wij ook een beamer bij Joop neerzetten soms?’

Het zat allemaal anders. Het was een ‘lichtkunstwerk’, er was een feestelijke onthulling geweest in de Stadsschouwburg, Ivo van Hove is de regisseur van Lazarus maar doet ook alles in de schouwburg. Kortom: we hadden hier te maken met een vredig conglomeraat van theaterliefde. Ik betrapte me erop dat ik een relletje leuker had gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden