ColumnDanka Stuijver

‘Ik kan bijna niet meer lopen en dat is eigenlijk jóúw schuld’

Als ik haar naam roep kijkt ze geïrriteerd op. Traag vouwt ze het magazine op haar schoot dicht. Met een luide grommende kreun komt ze overeind. De andere aanwezigen in de wachtkamer slaan haar met een mengeling van medelijden en afschuw gade. ‘Goedemorgen’, begroet ik haar. ‘Pff, whatever’, mompelt ze, terwijl ze langs mij heen naar de spreekkamer strompelt. Ze kent de weg.

Daar aangekomen neemt ze plaats op de stoel. Ze kijkt nijdig uit het raam. Ik buig naar haar toe en vraag zachtjes: ‘Wat is er aan de hand?’

‘Wat er aan de hand is?’, met een ruk draait ze zich naar mij toe: ‘Ik kan bijna niet meer lopen van de pijn in mijn knieën, dát is er aan de hand! En dat is eigenlijk jóúw schuld!’ Haar kleine stevige wijs­vinger wijst priemend naar mijn ­gezicht.

Ik ben even van mijn stuk gebracht. ‘Nee toch?’ Ze gaat verder: ‘Ja, want jíj zei dat ik meer moest bewegen en nu zijn mijn knieën helemaal dik en kan ik nauwelijks meer lopen!’

Ze leunt achterover en slaat ­tevreden haar armen over elkaar. Ze heeft haar zegje gedaan.

‘En wat heb je dan gedaan aan beweging?’, vraag ik haar. ‘Nou, hard­lopen met die app van die Belgische chick, Evy.’ ‘Hardlopen?!’, breng ik geschrokken uit. ‘Maar ik noemde, als ik mij goed herinner, wandelen of zwemmen.’ ‘Nou’, zegt ze, ‘je hebt niet gezegd dat ik niet mocht hardlopen. Maar wel dat ik 30 kilo moet afvallen, dus dan gaat dat toch het snelste als ik ga hardlopen? Dat doen al die meiden, dus dat wilde ik ook gewoon doen.’ Verdrietig staart ze naar de grond.

Deze net volwassen vrouw, bijna 120 kilo zwaar, is gaan hardlopen terwijl ze voorheen een veelal zittend bestaan leidde. Wat ben ik trots op haar. Ik doe een poging de situatie positief te heretiketteren en steek van wal: ‘Ik vind het ontzettend goed dat je je sportkleren aan hebt gedaan, een app hebt gedownload en vol goede moed bent gestart met een nieuwe gezonde leefstijl. Dat is hartstikke knap van je en toont mij hoe gemotiveerd je bent.’

Ik pauzeer even en kijk haar met een glimlach aan. De harde blik in haar ogen verzacht en ze bloost. ‘Maar, bij hardlopen komt bij iedere stap die je zet zeven keer je gewicht op een kniegewricht terecht. Dat is in jouw geval dus ruim 800 kilo. Nu hebben je knieën rust nodig en dan kijken we volgende week of je weer voorzichtig kan gaan bewegen. Maar alleen fietsen, wandelen of zwemmen. Afgesproken?’

‘Oké’, zegt ze, ‘maar, uh, dan moet je mij ook iets beloven. Als ik de volgende keer kom, en ik ben iets aangekomen omdat ik nu een week rust moet nemen, dan mag je daar níks van zeggen. Want daar kan ik gewoon helemaal niks aan doen dan.’ Ze kijkt mij lijdzaam aan.

Ik zie weer een glimp van de jonge vrouw die ik leerde kennen. Een meisje eigenlijk, nooit geleerd of gedurfd om regie te nemen over haar gezondheid. Met nauwelijks kennis over haar eigen lijf. Die iedere vorm van hulp bij afvallen en bewegen afhield, maar wel wekelijks op het spreekuur verscheen met klachten die in verband stonden met haar overgewicht.

Het is een paradox: enerzijds wordt de roep om preventie vanuit de maatschappij en de politiek sterker, anderzijds zitten individuele ­patiënten vaak niet te wachten op leefstijladviezen. Daarbij heeft ­onderzoek uitgewezen dat collectieve maatregelen veel effectiever zijn dan een kort één-op-éénadvies in de spreekkamer van een dokter. Denk aan het verlagen van het suikergehalte in frisdranken, een gezonde lunch op school en betaalbare sportvoorzieningen in woonwijken. En toch blijf ik het proberen. Want klein succes op klein succes geeft uiteindelijk ook grootse resultaten.

Deze jonge vrouw moet ik beter informeren, maar niet de les lezen. Blijven aansporen, maar niet wegjagen. Een lastige balans, zeker in een consult van enkele minuten. Ik vervolg daarom het gesprek volgens het huisartsenmotto: Choose your battles in 10 minutes.

Ik zeg plechtig: ‘Ik beloof dat ik de volgende keer niks over je gewicht zal zeggen.’ ‘Maar’, voeg ik eraan toe, ‘dan praten we de volgende keer over hoe afvallen eigenlijk begint in de keuken’.

‘Pff’, zegt ze terwijl ze rolt met haar ogen en moeizaam overeind komt. ‘Je bent mijn moeder niet hoor.’

Danka Stuijver is huisarts. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden