ColumnSylvia Witteman

Ik hoop dat Rutte zijn poot stijf houdt, en we niet op vakantie mogen

Omdat dit stukje al op de vroege woensdagmiddag moest inleveren, heb ik Ruttes persconferentie nog niet gezien. Ik weet dus nog niet wanneer de kappers, hoeren en café’s weer open mogen. Wat ik wél bijna zeker weet: we kunnen deze zomer niet naar het buitenland.

Dat vind ik helemaal niet erg. Ik heb al een heleboel buitenlanden gezien, en het is daar ’s zomers meestal vreselijk warm en druk. Ook zijn er altijd muggen of andere nare beesten. En tandheelkundig malheur openbaart zich altijd nét op vakantie, dus dan lig je languit aan de genade overgeleverd van een tandarts in Mali Lošinj die zich ‘Doktore Smile’ noemt, terwijl je kinderen verongelukken met een zogenaamd zeewaardig bootje en de kattenoppas thuis belt dat (alweer!) het zolderraam van het dak is afgestormd.

Ik hoop dus dat Rutte zijn poot stijf houdt, en we niet op vakantie mogen. Doe het voor mij, Mark. Doe nu eens iets voor mij, want niemand doet ooit iets voor mij. Dat is de ellende van 54 zijn. Als je jong en mooi bent, doen mensen graag iets voor je, want je bent jong en mooi. Als je stokoud en krakkemikkig bent, doen mensen graag iets voor je uit mededogen. Maar als je 54 bent, word je geacht het zelf uit te zoeken.

Ik zocht het zelf uit, en deed iets dat ik al wilde sinds ik heel klein was: ik kocht een kampeerwagen. Hij is een kwart eeuw oud, maar alles doet het nog. Dat schattige wc’tje! Dat poppenkeukentje met die snoezige gaspitjes! Dat ingenieuze klapbed!

Rijden hoef ik er niet in, want ik vind een auto besturen heel moeilijk, laat staan een camper. Mijn zoon heeft hem voor me geparkeerd onder de pruimenbomen in de achtertuin van mijn zus, die buiten woont. Huiverend van geluk heb ik alle kastjes, laatjes, en het mini-ijskastje open- en dichtgedaan. Ik heb het kleine kraantje laten lopen, ik ben aan het tafeltje gaan zitten met mijn laptop, maar van pure blijdschap kwam ik niet aan het werk.

Ik liep nog een paar rondjes om mijn nieuwe bezit, daarna ging ik in het klapbed liggen. Door de raampjes keek ik uit over het weiland waar de koeien tevreden stonden te grazen. Ik viel in slaap en werd even later verkwikt wakker tussen de bloesemgeuren.

Daarna pakten mijn kinderen mijn camper af, om er ‘een eindje in te gaan rijden’. Waarschijnlijk gaan ze er eerst harddrugs in koken, op dat lieve fornuisje, en vervolgens rijden ze hem kapot tegen een boom.

Maar ik heb er toch een heerlijke middag in gehad. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden