Column Stephan Sanders

Ik hoop dat Rutte bezig is zich op te maken voor Europa

Ik sta altijd stomverbaasd als ik hoor dat mensen echt een hekel hebben aan Rutte. Ik kan nu vrijuit spreken want Den Haag is met reces en ik ga er toch vanuit dat die politici in Thailand of Italië of ‘gewoon’ in hun tweede huisje te Schoorl niet iedere dag de Nederlandse kranten tot op de letter volgen.

Hoe krijg je het voor elkaar, zo’n diepgewortelde afkeer van Rutte? Het lijkt me alleen al technisch ­ondoenlijk.

Natuurlijk, je kan zijn beleid verafschuwen, je kan de VVD een vreselijke partij vinden en de leider incluis; ik snap ook dat mensen zich boos kunnen maken over de dividendbelasting, of de vriendjespolitiek rond Halbe Zijlstra.

Vroeger, lang voor Trump verscheen en fatsoenlijk rechts nog bestond, was het leuk op de VVD te stemmen. In mijn omgeving was dat vloeken in een kerk, die sowieso niet mocht bestaan, want streng seculier moest je ook wezen. Vanaf Bolkestein heb ik de lol mogen smaken op de liberalen te stemmen – de rechts-liberalen, verbeterden mijn vrienden. Kijk Bolkestein, die ik persoonlijk hoogacht – daar kan ik me van voorstellen dat sommige mensen die man niet konden velen. Of Balkenende. Of Buma. Het zijn hoekige persoonlijkheden, die maar net in je eigen jigsaw puzzle moeten passen. Maar Rutte, die past toch altijd? Vloeibaar. Zonder hem persoonlijk te kennen, heb ik het vermoeden dat hij gewoon aardig is. Sociaal volgroeid. Hoffelijk. Weet hoe het hoort, en vooral: weet als geen ander wanneer het erop aankomt even niet te doen zoals het hoort.

Nu komen we op een woord, dat bij de babyboomlichting – de generatie net voor mij – op volautomatische achterdocht mocht rekenen: aardigheid. Aardig-zijn. Dat was toch wel het flauwste alibi dat mensen zich konden verschaffen. Standpunten, daar ging het om. Geharnaste standpunten, die je moest doordrammen. Bevechten. Binnenhalen. ‘Aardige’ mensen waren per definitie verdacht, zeker als ze hooggeplaatst waren; dan was die zogenaamde aardigheid een uiterst rechts trekje, een uitgesproken ­regentesk trekje zelfs.

Alleen rijke mensen konden zich die luxe permitteren. Wat links dan weer een vrijbrief gaf om rechtse mensen, maar vooral toch elkaar, zo weerzinwekkend mogelijk te behandelen. Alsof in het verraad en het ­venijn de diepste kern van de klassenstrijd verborgen lag.

Ikzelf drijf langzaam weg van die VVD, ik begin genoeg te krijgen van steeds meer asfalt, nog meer citymarketing en het idee dat winsten van het bedrijfsleven per definitie ten goede komen aan alle Nederlanders.

Premier Mark Rutte tijdens een Europese top over migratie. Beeld ANP

Het is welbeschouwd net zo’n mesjogge idee als de gedachte dat meer immigranten bij voorbaat een weldaad zijn voor iedereen – ook als je zelf geen fabrikant bent. Niet ­iedereen speurt naarstig naar een nanny of hulp in de huishouding.

Maar Ruttes grote verdienste is dat hij de eerste, all around aardige premier van Nederland is – misschien op Piet de Jong (1967-1971) na.

De alles smorende, pruttelende verongelijktheid, waarin heteroseksuele mannen zo goed zijn, de deken van stilzwijgende onvrede die ze in een mum van tijd over een heel gezelschap weten te leggen, het is Rutte vreemd.

Bovendien: ik heb het idee dat Rutte, met zijn lange staat van dienst, bezig is zijn eigen partij te overstijgen. Het kost jaren, vermoed ik, voordat je als politicus een onafhankelijke positie durft in te nemen, ook als die in eigen politieke kring tot gefronste wenkbrauwen leidt. Femke Halsema durfde het aan bij GroenLinks, in haar liberale streven. Ik hoop dat Rutte bezig is zich op te maken voor Europa – de enige ­wereldmacht, die tegenwicht kan bieden aan Trumps Amerika, Poetins Rusland en het China van Xi Jinping.

Wie wil op dit moment Europa graag verruilen voor een van de laatste drie?

Er is een alternatief, en wij leven erin; West-Europeanen al meer dan zeventig jaar.

Het begint er verdacht veel op te lijken dat we Rutte op zoiets als een visie kunnen betrappen. Een hele globale hoor, want aan blauwdrukken heeft de man een broertje dood. En gelijk heeft-ie. Maar het is suïcidaal op dit moment, met zoveel gekte op het wereldtoneel, met al die grandioze en even doorzichtige gebaren van Trump en Poetin, niet te weten wat je verdedigt.

Nu ja, ik zet in op Rutte als Europees leider.

Man is nog aardig ook.

Stephan Sanders is journalist en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.