ColumnLotte Jensen

Ik hoop dat er een vorm van nuance overeind blijft in de discussie over standbeelden en straatnamen

Lotte Jensen artikel ColumnBeeld .

Zou de ME vandaag de dag hebben moeten ingrijpen? Drie jaar geleden was ik betrokken bij de onthulling van een paneel op de Derde Helmersstraat in Amsterdam, waar de Black Lives Matter beweging moeite mee zou hebben. Ter gelegenheid van de 250e geboortedag van de dichter Jan Frederik Helmers werd een fraaie plaquette geplaatst met een citaat uit zijn gedicht De Wereldburger: ‘Breek, scheur den slagboom weg, die volk van volken scheidt’. 

Een hoopvol vergezicht. Maar kenners weten dat Helmers meerdere kanten had: hij tolereerde moslims en joden, maar was ook een onversneden nationalist en racist. Het is bij vlagen verbijsterend wat hij te berde bracht over de superioriteit van de Nederlanders en de onbeschaafdheid van ‘het zwarte gebroed’. Toch werden er maar liefst drie straten in de hoofdstad naar hem vernoemd: de eerste, tweede en derde Helmersstraat. Geen enkele andere schrijver is die eer te beurt gevallen.

Moeten deze straten nu een andere naam krijgen, omdat Helmers een dikke onvoldoende scoort wanneer hij langs de postkoloniale meetlat wordt gelegd? Dat lijkt me niet. Velen dachten vroeger zo. Neem de zeventiende-eeuwse dichter Joost van den Vondel. Hij verheerlijkte Amsterdam als centrum van de wereld en beschouwde de andere werelddelen als dienstmaagden van het beschaafde Europa. Over koloniaal geweld repte hij niet. Slechts op heel verdekte toon liet hij weten dat hij het meedogenloze geweld van J.P. Coen afkeurde. In 1867 kreeg Vondel een gigantisch standbeeld. Drie dagen lang werd er feest gevierd.

Wat ik hiermee wil zeggen? Dat ik hoop dat er een vorm van nuance overeind blijft in de discussie over standbeelden en straatnamen. Over Coen zijn de meeste historici het intussen wel eens: er valt weinig positiefs over deze ‘onverdroten uitzuiger’ te melden. Hij pleegde volkerenmoord. In de Coen-commissie die ervoor zorgde dat hij in 1893 een standbeeld kreeg, zaten tal van hoogwaardigheidsbekleders, onder wie de minister van Koloniën. Dat beeld was dus bij uitstek de uitdrukking van een koloniale ideologie. Het is bovendien veelzeggend dat het tot stand kwam in de tijd dat Nederland de Atjeh-oorlog voerde. Zijn standbeeld roept zoveel controverse op dat het beter naar het museum kan verhuizen.

Maar voor de meeste historische figuren ligt de zaak complexer. Het beeld van Johan van Oldenbarnevelt werd onlangs beklad met de woorden ‘Fuck de VOC’, omdat hij in 1602 deze handelscompagnie oprichtte. Je kunt zijn betekenis voor de geschiedenis van Nederland echter niet reduceren tot dat ene aspect. Of neem de negentiende-eeuwse schrijfster Truitje Bosboom-Toussaint, die in 1912 met een borstbeeld in Alkmaar werd geëerd. Ze prees Coen de hemel in als ‘de stichter van Batavia en het Rijk van Insulinde, dat nog schittert als het schoonste juweel aan Neêrlands kroon’. Dat is misschien even slikken, maar haar romans zijn er niet minder om.

Lotte Jensen is hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden