Ik hoop dat de universiteit een intellectuele vrijplaats is, maar ik ben er niet zeker van

Zou er in Nederland één kind zijn dat op de vraag ‘Wat wil je later worden?’ antwoordt: ‘diversity officer!’

Mij lijkt het een hondenbaan. Ben je net begonnen aan een sisyfusklus, het ‘diverser’ maken van de eeuwenoude moloch die universiteit heet, krijg je het verwijt ‘eerder een diversiteitstegenstander dan een diversity officer’ te zijn. Vier studenten eisen in Het Parool (van 23 april), namens hun achterban, op hoge toon dat Anne de Graaf, diversity officer van de Universiteit van Amsterdam ‘afstand neemt’ van haar uitspraken in Trouw (van 16 maart). Zij willen een ‘échte’ diversity officer.

Drie jaar geleden stelden de Maagdenhuisbezetters terecht dat de universiteit te wit en te mannelijk (de docenten) was, en het curriculum ‘te westers’. Wat er wordt gedoceerd is voornamelijk wat witte mannen eeuwenlang hebben bedacht. Dat zal gaan veranderen, maar het mag best wat sneller. Er zijn beschamend weinig vrouwelijke hoogleraren of hoogleraren en onderzoekers met een migratieachtergrond. Nu is er, net als aan andere universiteiten, een officer voor, maar volgens deze studenten de verkeerde.

Mij blijft het woord ‘divers’ altijd steken als een graat in de keel. Dat komt vooral omdat vrouwen, de helft van de mensheid, volkomen idioot als ‘minderheid’ worden gedefinieerd. Vrouwen kunnen, net als mannen, worden opgesplitst in minderheden als homo’s, hetero’s, moslims, christenen, joden, sociaal bevoorrecht of achtergesteld, enzovoort. Groepen die vaak weinig belangen gemeen hebben en elkaar soms bestrijden. Niet zo zinvol om die op één hoop te gooien.

Ook hoop ik dat het stralende einddoel niet is dat alle geledingen van de samenleving ‘divers’ zijn samengesteld – keurig ‘van alles wat’ - maar dat het er professioneel totaal niet meer toe doet of je homo, moslim of reformatorisch bent, Turks, Limburgs, corpsbal of arbeiderskind.

Wat zegt De Graaf voor vreselijks in dat interview? Ik moest er even naar zoeken. Ze wil graag dat er meer smaken zijn dan ‘Je bent of een racist of je bent slachtoffer’. Geen gekke gedachte. Universitaire studenten zijn niet zielig. Ze zijn per definitie bevoorrecht: zij horen tot de minderheid die in staat wordt geacht het hoogste opleidingsniveau te halen. Pak liever gericht problemen aan, zoals de grotere uitval van studenten met een migratieachtergrond, en de eenzijdige samenstelling van sollicitatie- en selectiecommissies.

De Graaf is een tegenstander van quota voor vrouwen en minderheden, omdat ze het ‘vernederend’ vindt om ergens binnen te komen omdat je vrouw bent of een kleur hebt – ik kan me daar iets bij voorstellen. Maar de studenten in Het Parool hebben ook gelijk als ze stellen dat ‘vanwege structurele discriminatie achtergestelde groepen vaak niet worden aangenomen, ondanks hun expertise’.

Het venijn zit ’m in het gebruik van de term safe space. Volgens De Graaf staat die voor politieke correctheid, ‘een plek waar studenten niet geconfronteerd hoeven te worden met afwijkende opvattingen’; voor de vier studenten is het een plek ‘waar geen ruimte is voor discriminatie en dus juist discussie mogelijk is’.

Natuurlijk moet de universiteit een veilige plek zijn. Ik hoop dat het voor iedereen dít is: een intellectuele vrijplaats. Een plaats waar afkomst, sekse of voorkeuren niet tellen, maar waar je die onderwerpen onbedreigd aan de orde kunt stellen. Waar je onbekommerd van gedachten kunt wisselen over alles, correct of incorrect, zonder god of gebod, ook als je dat thuis niet kunt. Waar je leert nadenken over de wereld, en argumenten uitwisselt. Waar, ook in het felste debat, niemand woorden moet terugnemen omdat ze anderen niet bevallen. Ik hoop het, maar ik ben er niet zeker van.  

Meer over