column Ibtihal Jadib

Ik hoef geen groots bestaan, maar het eeuwig heen en weer schuiven van materiaal verpulvert mijn levenslust

Ibtihal Jadib. Beeld Valentina Vos

De zomers van tegenwoordig zijn niet meer wat ze geweest waren. Vroeger kon ik serieus zakendoen in de stroperig voorbijkruipende zomerweken, nu keer ik me anderhalf keer om en knal ik ineens tegen september op. Misschien versnelt klimaatverandering naast de opwarming van de aarde ook de omloopsnelheid van onze dagen. Dat zou een acceptabel excuus zijn voor mijn openstaande takenlijst. De opsomming in mijn verrukkelijke Moleskine-notitieboekje ligt er verlaten bij, niets is afgevinkt. En dat terwijl het een zomer had moeten worden vol creatieve werkjes die ik teruggetrokken in mijn werkkamer zou optikken met een serene glimlach. Ook zou ik veel lezen, heerlijk koken, regelmatig sporten en eindelijk een teken van leven geven op de vele nog onbeantwoorde e-mails. Helaas. 

De zomer begon met een hysterisch noodgeval van mijn zusje die hulp nodig had bij haar scriptie. Bij deze het dringende verzoek aan alle universiteiten en hogescholen die een goedgeschreven scriptie verwachten van studenten zonder die er eerst fatsoenlijk voor te trainen: doe daar wat aan. Vele ouders en aanverwante gedupeerden zullen jullie dankbaar zijn.

Vervolgens kwam mijn zoontje werkloos thuis te zitten omdat het schoolgebouw zes weken op slot ging. De zelfredzaamheid van een 4-jarige laat veel te wensen over, hetgeen mijn werkkamer-sereniteit weinig ten goede kwam. Zijn jongere zusje had daar ook een aandeel in want er blijkt niets te kloppen van het argument voor een tweede kind – dat ze dan zo leuk samen kunnen spelen. Hoe meer kinderen zich in een ruimte bevinden, hoe meer hersenen er worden ingeslagen met elkaars duplo en autootjes. Zo simpel is het. Er is een tijd geweest dat ik het Nederlandse gebruik om kinderen op hun 18de verjaardag het huis uit te zetten harteloos vond. Ik hoor het mezelf nog zeggen: ‘Mijn kinderen mogen net zo lang bij me blijven wonen als ze willen’. Een uitspraak waar mijn man en ik tegenwoordig een kwartier lang van dubbelklappen, happend naar adem van het lachen.

De grootste stoorzender deze zomer werd echter gevormd door spullen. Zonder het in de gaten te hebben bleken we het afgelopen jaar min of meer doorlopend in een verhuizing te hebben gezeten. In kleine brokjes reden we dozen heen en weer, hier en daar nog een stoel en een kast, en iedere keer zeiden we voldaan: ‘Zo, dat was dat’. Bij een laatste stuiptrekking om het oude huis werkelijk leeg te krijgen, kwam daar ineens nog een hele buslading zooi uit. Die kon je niet zomaar het nieuwe huis binnendragen want direct bij binnenkomst struikelde je over alle andere zooi. Een driewieler, een opengeklapte lieveheersbeestjesparaplu, een verdwaalde kruk, zes paar uitgeschopte schoenen vol zand en vijf neergesmeten jassen. Tasjes, een meetlint, een half opgegeten appel, een verdwaalde sok, drie plakkerige rozijnen, een vaas met verlepte bloemen, vier bouten, een willekeurig stuk hout en een Nijntje-kapstok dat waarschijnlijk pas bij de volgende verhuizing aan de muur zal worden bevestigd. En dan sta je alleen nog maar in de hal. Ik hoef geen groots en meeslepend bestaan, maar dit eeuwig heen en weer schuiven van materiaal dat ‘opruimen’ heet, verpulvert mijn levenslust. Half woedend / half huilend heb ik zoveel mogelijk afgevoerd naar de kringloop en vuilstort onder het uitspreken van een fatwa op de aanschaf van nieuwe spullen. Er komt hier niets meer in. Nou ja, misschien nog één verrukkelijk Moleskine-boekje. Met zo’n mooie fijnschrijver erbij. Die dan in een lief pennendoosje moet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden