essayopsluiting verpleeghuizen

Ik hield me vooral bezig met de cijfers achter de coronacrisis. Totdat mijn oma overleed

Een vrouw bezoekt haar moeder in verpleeghuis De Tweemaster in Maassluis.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Bij de dood van haar oma vraagt Volkskrant-redacteur Marieke de Ruiter zich af: zijn we er niet aan voorbijgegaan dat de kwaliteit van leven van ouderen ook het beschermen waard was? 

‘Wacht maar, jullie staan straks allemaal in de rij om me te zien.’ De glimmende groene ogen moesten we er zelf bij denken, maar het was op afstand niet moeilijk in te schatten dat mijn oma zich vanuit haar luie stoel al aan het verkneukelen was over dat moment. Het duurde nog een maand voordat ze haar gelijk kreeg, al stond die rij niet voor de deur van haar verpleeghuis in Amsterdam-West, maar voor het uitvaartcentrum 500 meter verderop.

Mijn oma overleed op 31 mei aan ­corona. Ze is een van de circa 2.700 verpleeghuisbewoners die na weken van eenzame opsluiting alsnog fataal besmet raakten met het virus. Het nieuws kwam enkele uren voor die ‘Eerste juno’ waarnaar we zo hadden uitgekeken. Terwijl Nederland zich opmaakte voor het terras, moesten wij kiezen welke dertig mensen we zouden uitnodigen voor haar anderhalvemeteruitvaart. Ironisch, dacht ik, dat dit mij gebeurt.

Want als economieredacteur bij de Volkskrant maakte ik me de voorbije maanden veel drukker over de economische crisis dan de gezondheidscrisis. Waar anderen de dag leken te breken met een pushbericht van het RIVM, was ik bijna dwangmatig bezig met die ­andere cijfers: 201 duizend werkenden minder, 374 duizend noodlijdende zzp’ers en nog eens 2,1 miljoen werk­nemers aan het overheidsinfuus.

De impopulaire vraag die ik alleen aangemoedigd door drie glazen wijn en alleen aan heel goede vrienden durfde te stellen: ten koste van wat moeten we al die levens rekken? Diezelfde gedachte bekroop me ook als ik met mijn oma ­facetimede. Dat wil zeggen: met de drie grijze plukken die ze wel succesvol in beeld kreeg – het ging haar beduidend minder goed af dan de opa’s en oma’s in de telecomreclames.

Ze was immers 91 jaar, een leeftijd waarop je meer leven aan je dagen dan dagen aan je leven zou willen toevoegen. En net als de andere bewoners van het verpleeghuis zat ze daar niet vanwege haar blakende gezondheid.

Eenzaamheidsvirus

Haar levensverwachting was er eerder een van maanden dan van jaren en toch sloten we haar zonder overleg twaalf ­weken op. Voor haar eigen bestwil. Al voelde dat vaker niet dan wel zo. Elke dag dat ze nauwelijks iemand sprak, ging haar spraak achteruit. En elke dag dat ze nauwelijks stemmen hoorde, ging ze slechter horen. Toch begon ze elke keer dat ik dreigde op te hangen weer struikelend aan een nieuw verhaal. Ik ben geen arts, maar ik vermoed dat ze leed aan het eenzaamheidsvirus.

Het personeel aan wie mijn oma’s ­leven was toevertrouwd had niet de middelen dat te beschermen. Wel deden ze er alles aan om het draaglijk te maken. Ze kregen haar zelfs aan de gangbingo, terwijl ze dat toch echt ‘voor oude mensen’ vond. Maar het advocaatje met slagroom dat ze won, was geen compensatie voor mijn moeder, die haar drie keer in de week bezocht. En al helemaal niet voor haar vrijheid. ‘Meisje, ik zou het liefst mijn jas aantrekken en weggaan’, zei ze aan de telefoon. ‘Doet u dat maar niet oma, u bent niet zo snel.’

Een week voordat de verpleeghuizen hun deuren voorzichtig zouden openen, werd de deur van haar buurvrouw juist hermetisch afgesloten. Mijn oma kreeg zelf ook keelpijn en een kuchje. Omdat ze geen koorts had, werd er nog een weekend gewacht voordat ze de test kreeg. Maandagavond kwam de positieve uitslag.

Vanaf dat moment werd de familie-WhatsAppgroep een medisch logboek waar wij als amateurvirologen probeerden grip te krijgen op de situatie. Het ene moment doodsbang dat ze het zou overleven, het andere vurig hopend dat ze dat wel zou doen. ‘Gisteravond 39,9 graden koorts, nu weer gezakt.’ ‘Saturatie 89 met 5 liter zuurstof.’ ‘Het gaat vandaag beter met oma, ze zeurt alweer.’ ‘Nu weer slechter: saturatie 75 nog steeds zuurstof.’ ‘Kijk, deze Chileen is 111 en hij is genezen.’ ‘Ik sprak oma net en ze zei dat ze nog niet van plan is dood te gaan.’

Het ging, totdat het na twee weken niet meer leek te gaan. Mijn oma lag de hele dag alleen op bed naar haar wc te staren. Haar voordeur van buitenaf op slot gedraaid zodat ze niet kon ontsnappen, zou ze überhaupt nog op haar benen kunnen staan. De verzorgster moest zich in allerlei beschermende middelen hijsen om bij haar te komen, en kwam dus begrijpelijkerwijs niet te vaak.

Mijn nicht, zelf verpleegster, besloot haar in overleg met de verpleeghuisarts uiteindelijk zelf naar het einde te begeleiden. Maar in plaats van verder aftakelen, knapte mijn oma alleen maar op bij het zien van een bekend gezicht. ‘Ze is sterk en wil er nog niet mee stoppen’, liet mijn nicht weten. Ter bewijsvoering een foto van oma in haar stoel. Sterk vermagerd maar met een duimpje omhoog.

Het is natuurlijk te makkelijk om mijn oma’s grillige ziektebeeld te leggen langs de as van eenzaamheid, maar haar levenslust liep achter mijn nicht aan de deur uit toen die weer terug naar huis ging. ‘Oma is in paniek nu Susan weg is’, zei mijn moeder op zaterdag. Waarop die weer rechtsomkeert maakte naar Amsterdam. Net op tijd om mijn oma ­gerust te stellen.

Mijn lieve, sterke oma, die in haar lange leven een oorlog, twee tumoren en drie mannen overleefde, overleed die avond aan een exotisch virus dat huisde in de luchtwegen van een nietsvermoedende en vooral onbeschermde zorg­medewerker. Naast haar overleden nog dertien andere bewoners van haar ­verpleeghuis.

‘Kwetsbare ouderen’

Je zou je er boos over kunnen maken. Maar uiteindelijk hadden de overheid, verpleeghuizen, het zorgpersoneel en wij, allemaal hetzelfde doel: het leven van onze ‘kwetsbare ouderen’ beschermen. We zijn er daarbij alleen aan voorbijgegaan dat hun kwaliteit van leven evengoed het beschermen waard was.

Natuurlijk moet nu de discussie worden gevoerd over het gebrek aan beschermingsmiddelen en de blinde vlek voor de verpleeghuizen. Maar we moeten deze tijd ook benutten om te zoeken naar oplossingen voor als die ‘tweede golf’ zou uitbreken. Want ook vorige week gingen weer twee huizen in lockdown na nieuwe coronabesmettingen.

Wetenschappers van het Leids UMC en UMC Groningen pleitten er al voor om bezoekregelingen niet meer landelijk, maar per regio of verpleeghuis af te stemmen. We moeten vooral niet vergeten om de bewoners en hun dierbaren bij die beslissing te betrekken. Misschien ­betekent dit dat er speciale afdelingen of verpleeghuizen moeten worden ingericht waar ouderen, zich bewust van de risico’s en hun sterfelijkheid, contact met de buitenwereld houden.

Het klinkt allemaal misschien reuze ambitieus, maar tot drie maanden geleden hadden we ook nooit kunnen bevroeden dat we miljoenen kinderen thuis zouden lesgeven of allemaal konden thuiswerken. Ik zag de afgelopen weken hoe inventieve restauranteigenaren van de ene op de andere dag een ­bezorgdienst uit de grond stampten en noodlijdende standbouwers zichzelf toelegden op de lucratieve herinrichting van kantoren. Echt, als deze crisis iets heeft aangetoond, dan is het wel dat er meer creativiteit in dit land huist dan het gedwongen opsluiten van 110 duizend mensen rechtvaardigt. Laten we onze ouderen in ieder geval nooit meer zo doodknuffelen.

Marieke de Ruiter is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden