Column

'Ik heb vreemdelingen moeten interviewen door een hek van kippengaas'

Volkskrant-verslaggever Toine Heijmans nam zich voor nooit meer te schrijven over vreemdelingen, omdat hij zelf 'een acteur was geworden in het theaterstuk dat de vreemdelingenwereld is'. In zijn gesproken column deed hij vandaag tijdens de Volkskrant op Zondag verslag van zijn ervaringen als journalist en romanschrijver.

OPINIE - Toine Heijmans
Vluchtelingen die in het Haagse Vluchthuis wonen, demonstreren op Het Plein voor begrip voor hun situatie. Beeld anp
Vluchtelingen die in het Haagse Vluchthuis wonen, demonstreren op Het Plein voor begrip voor hun situatie.Beeld anp

Een paar jaar geleden nam ik het besluit nooit meer over vreemdelingen te schrijven. Afgelopen. Uit. Bedankt, en tot ziens. Ik kon geen vreemdeling meer zien. Geen vreemdelingenadvocaat, geen vreemdelingenambtenaar, geen vreemdelingenpoliticus, geen vreemdelingenprofessor, geen vreemdelingenkamp, geen vreemdelingendebat. Het was alsof ik een reis om de wereld had gemaakt, en weer bij het beginpunt was aangekomen.

Als je jezelf gaat herhalen moet je wegwezen, dat is een bekend adagium in de journalistiek. Cynisme en betweterigheid liggen bij ons verslaggevers altijd om de hoek te wachten om je op te vreten. Maar dat was niet de werkelijke reden om te stoppen. De werkelijke reden was, dat ik zelf een acteur was geworden in het theaterstuk dat de vreemdelingenwereld is. En het beviel me niet.

Opbiechten
Ik had, dat mag ik hier wel opbiechten, een vreemdeling aan een verblijfsvergunning geholpen. En dat was niet de eerste keer. Maar nu stond het wel letterlijk in een beschikking van de immigratiedienst. Het was een Chinese vrouw met twee kleine kinderen, ik was haar tegengekomen in een sloopflat in het noorden en schreef erover in de krant. Ze was al veel te lang in Nederland, maar dat was niet de reden om te mogen blijven. 'Reden hiervoor', stond letterlijk in de beschikking - en let u even op het fraaie ambtelijke taalgebruik - 'is de wijze van berichtgeving in de media geweest rond de persoon van betrokkene'.

Toine Heijmans Beeld anp
Toine HeijmansBeeld anp

Bij die persoon van betrokkene had - en ik quote - 'het vertrouwen postgevat dat zij in Nederland mocht verblijven. Hoewel betrokkene in redelijkheid niet enkel had mogen vertrouwen op de berichtgeving in de media, wordt in dit bijzondere geval thans in haar verblijf berust.'

De media, dat was ik. En ik baalde er behoorlijk van.

Politieke agenda
Veel mensen geloven dat journalisten een politieke agenda hebben en graag allerlei asielzoekers aan verblijfsvergunningen helpen. Dat is niet zo. Laatst sprak ik een collega van de NRC die er net zo veel moeite mee had als ik. Ze was genept - een persoon van betrokkene had haar iets op de mouw gespeld. Nergens wordt er meer gehosseld dan in de vreemdelingenwereld - door iedereen, ook door de advocaten van de vreemdelingendienst. Nergens ben je als medium meer speelbal, nergens wordt er zo aan je getrokken. Je tikt een stukkie, en hoort het later terug in een rechtszaak.

Dat maakt het een fantastisch werkterrein - voor een romanschrijver.

De vreemdelingenwereld is een parallelle wereld, die niets met het gewone leven te maken heeft en alles tegelijk. Om er te komen moet je soms lange ritten maken door landelijke Nederlandse landschappen, je moet langs slagbomen en woordvoerders en advocaten en in ambtelijke taal gestelde circulaires - ik heb weleens vreemdelingen moeten interviewen door een hek van kippengaas, omdat de directie van het vreemdelingenkamp me liever niet binnen had.

Toch kan ik u allemaal aanraden die reis eens te ondernemen. Ik was er kortgeleden nog, samen met een verslaggever van de VPRO die me ter plekke wilde interviewen vanwege de nieuwe roman. We reden naar Wassenaar, en parkeerden de auto voor het hek van attractiepark Duinrell - u weet wel, van het Tikibad en van de Splash en van de vakantiehuisjes die ze er duingalows noemen. In de zomer is dat park van witte gezinnetjes zoals het mijne, maar in de winter komt de halve wereld er wonen, als tijdelijke opvanglocatie.

Vreemdelingen niet in Tikibad
Ik was weer helemaal thuis. Lange, Somalische meiden liepen slepend over het asfalt. Er waren mannen op slippers uit weetikwaar. Eritrese kinderen die joelend naar een speeltuin renden. De vreemdelingen mogen niet in het Tikibad, of in de Splash. Dat vinden ze niet erg. Ze hangen er keurige Hollanders hun was te drogen aan waslijnen tussen de duingalows. Stelt u zich eens voor: je komt berooid uit Syrië en belandt in Duinrell, waar witte tuinmannen het gras voor je maaien.

Zo'n opvanglocatie is een overkokende ketel vol verhalen die soms waar zijn en soms niet - je zult er nooit achter komen.

Daarom dus, ben ik er weer over gaan schrijven.

Het is een ideale wereld voor een romanschrijver die alles mag verzinnen. Want alles is er anders dan je denkt. En net als je denkt dat het anders is dan je denkt, is het niet anders.

Arme staatssecretaris.

De afgelopen week belde ik vijf voormalige ministers en staatssecretarissen die verantwoordelijk waren voor het vreemdelingenbeleid, en allemaal vertelden ze dat het geen leuke baan was. Als Fred Teeven zodadelijk zegt dat het wel een leuke baan is - geloof het niet, al gun ik het hem graag.

Alle vijf zaten ze 's avonds met die dossiers in handen van wat zo mooi 'schrijnende gevallen' is gaan heten. Mensen die niet in het paradijs mogen blijven, maar die je het wel gunt. En allemaal hadden ze er op dezelfde manier moeite mee. Het is gemakkelijk om Syrische vluchtelingen af te wijzen als ze nog daar zijn. Het is moeilijk om ze nee te verkopen als ze hier zijn, en de duingalows Duinrell hebben gezien. Als ze meevoetballen in een wit voetbalteam, en stiekem Nederlandse les krijgen van goedbedoelende Nederlanders.

Schrijnende gevallen
Als journalist krijg ik nog steeds schrijnende gevallen op mijn bureau. Afgelopen vrijdag nog. Telkens weer die afweging: is het bijzonder genoeg? Waar is de waarheid? De laatste keer dat ik over zo'n zaak schreef - ik kon het niet laten, het ging over een Chinese man - kreeg hij de avond voordat ik publiceerde een verblijfsvergunning van Gerd Leers.

Ik weet niet of dat was gebeurd, zonder publiciteit.

De waarheid bestaat niet. Dat is het mooie van de waarheid. Ik prijs me gelukkig dat ik een roman heb kunnen schrijven. Ik prijs me gelukkig dat ik geen vluchteling ben. Ik prijs me gelukkig dat ik geen immigratieambtenaar ben. Laat staan een bewindsman voor Vreemdelingenzaken.

In hoofdstuk elf, op pagina 98, wandelt een minister mijn boek binnen. Hij heet Gerard. Mijn minister lijkt niet op Gerd Leers, of op Fred Teeven. Maar ik vrees wel dat hij soms dezelfde worsteling doormaakt. Het kleine tegenover het grote. De mens tegenover de regels. Gerard barst tijdens een vergadering met zijn topambtenaren uit in hulpeloze woede. Ik ben benieuwd, of de fictie daar een beetje in de buurt van de waarheid komt.

Toine Heijmans is verslaggever van de Volkskrant en schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden