Column Stephan Sanders

Ik heb Kelley’s roman Uit de maat in één ademloze nacht uitgelezen

Iedereen die ervaring heeft met samenwonen kent de gruwel van de zwijgstraf. Er is onenigheid geweest, er zijn harde woorden gevallen, en de woede walmt na.

De volgende dag, na een onrustig woelige nacht, spant het erom. Kan er weer gewoon gepraat worden? Hoe laat naar het werk, waar is de koffie? En dan kan het gebeuren dat de ander niets zegt. Je smeert je stem in met hoon: ‘Oh, gaan we de zwijgstraf toepassen?’ Alleen de hoon blijft hangen. Dit kan uren doorgaan, en er zijn terroristen die het dagen volhouden. Zwijgend wordt het zoutvaatje doorgegeven, en onder het eten hoor je alleen het getik van mes en vork.

Er is altijd één iemand die er he-le-maal gek van wordt; die begint te schreeuwen. ‘Wat is er. Vertel het me in Godsnaam.’ Op de een of andere manier heeft de man of vrouw die aandringt op een verklaring verloren. Maar alles is beter te dragen dan dit vacuüm verpakte stilleven.

Maar stel je voor dat de zwijgstraf massaal wordt toegepast, niet alleen tussen stellen, maar ook tussen complete bevolkingsgroepen.

Dat is de nachtmerrie die de Afro-Amerikaanse schrijver William M. Kelley beschrijft in A different drummer, voor het eerst uitgegeven in 1962.

Ja hoor, de tijd van lijstjes en beste boeken is nu wel voorbij, maar op de een of andere manier kwam het zo uit dat ik de vertaling van Kelley’s roman Uit de maat (Atlas Contact) las in de ademloze nacht van 1 op 2 januari. Het gebeurt me zelden dat een boek me dwingt het in een keer uit te lezen; ik begon al te denken dat het te maken had met ouder worden, meer gelezen en niet meer zo snel ondersteboven.

Het goede nieuws: het kan nog steeds, ook als vijftiger blader je manisch door tot pagina 270, overdenk je wat je gelezen hebt, en wil je acuut opnieuw beginnen.

En dan te bedenken dat Kelley het boek schreef in 1957, de tijd van de grote Civil Rights-beweging. Nu, na zijn dood (2017) noemt the New Yorker hem ‘the lost giant of American literature

Kelley’s toon is niet de bezwerende van Martin Luther King, niet de opruiende van Malcolm X. Kelley laat zijn lezers achter met een ondragelijk zwijgend ongemak. Er wordt veel gesproken en gepeinsd in deze roman, maar alle mensen die aan het woord komen zijn omstanders, ‘white Americans’, die toezien hoe de zwarte bewoners van hun stadje, en even later van de hele staat vertrekken – een staat die verdacht veel lijkt op Mississippi. Ze gaan naar het Noorden, zonder uitzondering. Ze pakken zwijgend hun koffers, nemen bussen, treinen, taxi’s. Zonder ook maar een woord te zeggen, of een verwijt te maken.

De verbijstering van de blanke inwoners, die nu ineens achterblijvers zijn geworden. Hoezo? Waarom? Wat is er gebeurd? Het is dus een Exodus zonder tekst of ondertiteling, als het tweede Bijbelboek dat bericht over de uittocht van Israël uit de slavernij van Egypte onder leiding van Mozes.

Hier begint het mee: een zwarte pachter, een boer, bestelt kilo’s zout, strooit het uit over het land dat hij zo minutieus heeft bewerkt, doodt zijn veestapel, steekt zijn huis en z’n bezittingen in brand en vertrekt met vrouw en kind.

De daarop volgende uren volgen alle zwarte inwoners zijn voorbeeld, ze wachten rijen dik op bussen die hen naar treinstations zullen brengen, en die treinen gaan weer verder naar de grote plaatsen in het Noorden.

Kelley tekent droogjes op: ‘In juni 1957 zijn alle negerinwoners, om nog onopgehelderde redenen, uit de staat vertrokken. Heden ten dage is de staat uniek omdat deze de enige in de Unie is die geen enkel lid van het negroïde ras tot zijn inwoners kan rekenen.’

Eerst probeert de gouverneur van de staat de moed er nog in te houden; ‘Er is geen enkele reden om ons zorgen te maken. We hebben ze nooit nodig gehad (…) het Zuiden redt zich wel zonder hen.’

Maar wie plotsklaps verlaten wordt, zonder ook maar het begin van een verklaring, gaat malen. Liever gele hesjes, liever woedende menigten dan de zwijgstraf.

Met stomheid geslagen zijn de blanke inwoners, en veroordeeld tot een leven van nabeschouwing en een onbestemd schuldgevoel.

Stephan Sanders is journalist en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden